Dertig dagen, dertig beelden over het schoonmaakvak
Schoon is pas veilig
als je het begrijpt.
Goed schoonmaakwerk valt niet op. Je komt ’s ochtends binnen, het toilet is schoon en je denkt er verder niet over na. Zo hoort het ook. Alleen weet daardoor bijna niemand wat er allemaal bij komt kijken.
Dat wilde ik zichtbaar maken. Daarom begon ik op LinkedIn aan een reeks van dertig dagen: elke dag één beeld en één inzicht uit het vak. Waarom een doek na het toilet niet mee de keuken in gaat. Wie de vrouw met de werkwagen in de hal eigenlijk is.
Na ruim dertig jaar in dit vak ben ik er bevlogen over. Schoonmaken is een ambacht. Er zit kennis achter die je kunt leren en die bepaalt of een gebouw veilig is voor iedereen die er binnenloopt. Wie die kennis ziet, kijkt anders naar het werk. Met dat inzicht komen verbeteringen op gang.
Het onderwerp leeft, dat is wel gebleken. De dertig posts zijn samen bijna 60.000 keer weergegeven. Er kwamen veel reacties, onder de posts en via de mail. Ik heb er gesprekken over gevoerd en er is iets in beweging gekomen.
Op LinkedIn zakt zoiets binnen een week weg in de tijdlijn. Bovendien kreeg ik verschillende verzoeken of ik ze bij elkaar kon brengen. Daarom staan alle dertig hier, op volgorde van dag 1 tot en met dag 30.
Je kunt ze achter elkaar lezen of er eentje uitpikken. Elk stuk staat op zichzelf. Bij elkaar laten ze zien wat er komt kijken bij professioneel schoonmaken en waarom ik dit vak een ambacht noem. Dag 30 was op LinkedIn een artikel in plaats van een post. Dat artikel staat hieronder in zijn geheel, als afsluiting.
Dag1

De grootste vervuiling is vaak onzichtbaar
Vandaag start ik iets nieuws: 30 dagen, 30 inzichten over het schoonmaakvak.
Waarom? Omdat schoonmaken het meest onderschatte vak van Nederland is. Iedereen ziet het resultaat. Bijna niemand ziet het werk. En al helemaal niemand ziet wat er gebeurt als het fout gaat.
Daar begint dag 1. Kijk naar de doek op deze afbeelding. Hij ziet er gebruikt uit, meer niet. Wat erop leeft, zie je normaal gesproken niet. Toch gaat diezelfde doek zo nog een ruimte mee. En nog één, twee…
Een glimmende vloer, een frisse geur in het toilet; dat noemen we “schoon”. Maar de grootste risico’s ruik je niet en zie je niet. Wie schoonmaakt op wat hij ziet, mist het grootste deel van het werk.
Daarom leiden wij op. Poetsen kun je iedereen leren. Kijken, begrijpen en dan pas schoonmaken; dat is het vak.
Vraag jezelf eens af: wanneer is jouw team voor het laatst opgeleid in het vak? Niet ingewerkt. Opgeleid. Als het antwoord “te lang geleden” is, weet je me te vinden.
Dag 1 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag2

Elke aanraking laat een spoor achter. Sommige zie je niet
Tel eens hoe vaak een deurklink per dag wordt aangeraakt.
In een kantoor: tientallen keren. In een zorginstelling: honderden. Elke hand laat iets achter. Zweet, huidcellen, micro-organismen en alles wat die hand daarvoor heeft aangeraakt. De klink ziet er de hele dag hetzelfde uit.
Daarom staan contactpunten in elk goed schoonmaakprogramma bovenaan. De klink, de lichtknop, de leuning. De plekken waar handen elkaar ontmoeten zonder elkaar ooit te raken.
Wie dat begrijpt, maakt anders schoon. Niet meer werk. Ander werk.
Dag 2 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag3

Wie risico’s niet ziet, kan ze ook niet stoppen
Iemand maakt het toilet schoon. Grondig, niets op aan te merken. Daarna loopt hij door naar de keuken. Zelfde handschoenen, zelfde doek.
Het toilet is schoon. Alles wat erop zat, is nu onderweg naar het aanrecht.
Sanitair en keuken zijn gescheiden werelden. Andere handschoenen, andere doek. Wie dat niet toepast, verplaatst risico’s in plaats van ze weg te nemen.
Risico’s zien is kennis. En kennis kun je overdragen.
Dag 3 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag4

De patiënt ging een week later naar huis dan gepland
Deze patiënt lag een week langer in het ziekenhuis dan gepland. Hij mocht bijna naar huis. De schoonmaker stak daar onbewust een stokje voor.
Kijk naar de doek. Die is in de vorige kamer gebruikt, in het toilet. Nu neemt de schoonmaker er de oppervlakken in de kamer van deze meneer mee af. Alles wat in het toilet hiernaast op die doek zat, verhuist mee naar een patiënt met een wond die bijna dicht was en een weerstand die nog niet helemaal top was.
Zo hoort het niet en zo simpel is de regel: elke kamer verdient schoon materiaal. Een doek of een mop uit de vorige kamer komt de volgende niet in. Dat geldt net zo goed voor handschoenen. En binnen een kamer werk je van minder vervuild naar meer vervuild, nooit andersom, zodat je het vuil niet terugbrengt naar waar het schoon moet zijn.
Is het je al opgevallen dat er meer op deze afbeelding niet klopt? Lange nagels en ringen aan de vingers. In de gezondheidszorg zijn die tijdens het werk verboden. Ook in een revalidatiecentrum of verpleeghuis. Onder een nagel en achter een ring zit precies wat je op een patiëntenkamer niet wilt hebben: het zijn verzamelplaatsen van micro-organismen. De verzorging van de schoonmaker zelf is een belangrijk onderdeel van het hele hygiënetraject.
Een schoonmaker die dit alles weet, draagt bij aan het genezingsproces. Een schoonmaker die het niet weet, is een risico voor de patiëntveiligheid. Het verschil tussen die twee is kennis.
De scholing van de schoonmaker is net zo belangrijk als die van alle andere disciplines die aan het bed van de patiënt komen.
Dag 4 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag5

Met vuil kun je verven: hoe je een vloer mopt
Met vuil kun je verven. Deze Spaanse mop bewijst het dagelijks.
Hij hangt in menig werkkast. Wordt uitgespoeld in water dat al drie ruimtes heeft gezien. En doet dan de vloer: baan voor baan.
Een verzadigde mop neemt niets meer op. Wat erin zit, gaat er weer uit. Het vuil van de vorige ruimte wordt over de volgende verdeeld, in slierten en strepen. Wie goed kijkt, ziet het spoor gewoon liggen.
Maar de vloer is nat, dus hij “is gedaan”. Niet schoon wel nat geweest en morgen weer.
Hoe mop je een vloer? Wie dat weet, maakt schoon. Wie het niet weet, verft.
Dag 5 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag6

Elke deurklink vertelt een microbiologisch verhaal
Neem een monster van een willekeurige deurklink en je weet verrassend veel over een gebouw.
Je ziet wie er langskwam. Wat er in de ruimte erachter gebeurt. Of er handen gewassen worden na het toilet. Hoe lang geleden er is schoongemaakt en of dat goed gebeurde.
Een laborant leest dat verhaal met een kweekje. Een goede schoonmaker hoeft dat niet: die weet welke klinken het drukst bezocht zijn, welke bij het sanitair horen en welke bij de keuken, en behandelt ze daarnaar.
Voor wie het vak niet kent, is een klink gewoon een klink. Voor wie het wel kent, is het een van de belangrijkste plekken in het gebouw als het hygiënisch schoon dient te zijn.
Dag 6 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag7

Bacteriën hebben geen oog voor schoon. Alleen voor kansen
Een bacterie heeft een voedingsbodem nodig, organisch vuil, plus vocht en warmte. Zijn die er, dan vermenigvuldigt hij zich en groeit de populatie. Zijn de juiste omstandigheden er niet, dan gebeurt dat niet. Ook niet na een week.
En daar draait schoonmaken om: het weghalen van die voedingsbodem en vocht. Niet het oppervlak láten glimmen, maar het leeghalen. Weg is weg en dan is er niets meer om op te vermenigvuldigen.
Daarom is “het ziet er schoon uit” of “het ruikt hier lekker fris” niet genoeg. Het oog ziet de glans. Het ziet niet of die filmlaag waar bacteriën van leven ook echt weg is. Dat is het verschil tussen poetsen en professioneel schoonmaken.
Een bacterie let niet op hoe netjes het eruitziet. Hij vermenigvuldigt zich waar het kan.
Dag 7 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag8

Een vieze emmer maakt geen enkele vloer schoon
Kijk naar deze emmer. Het water erin kan zonet vers zijn getapt. De emmer zelf heeft al maanden geen aandacht gekregen.
Je doopt je mop in ‘schoon’ water en haalt hem uit een vieze emmer. Vanaf de eerste slag werk je met vuil. Dat vuil verdeel je vervolgens over de vloer, in de veronderstelling dat je aan het schoonmaken bent.
Op de binnenwand van zo’n emmer zit een laag die er niet in één keer is gekomen. Die is opgebouwd, dienst na dienst. Hij blijft achter als je alleen het water verschoont. Zet je die emmer daarna nat weg, dan heb je een reservoir gemaakt waar het rustig doorgroeit tot je hem morgen weer pakt.
De emmer is het stuk gereedschap waar bijna niemand naar kijkt. De mop wordt vervangen en het middel wordt aangevuld. De emmer staat er gewoon en gaat mee naar de volgende ruimte alsof er niets aan de hand is.
Een goede schoonmaker herken je aan schone materialen en schone bedrijfskleding. Wie zijn eigen spullen schoon houdt, snapt het vak. Wie met een vieze emmer werkt, verft met vuil.
Dag 8 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag9

Vele moppen vertellen het verhaal van vorige week
Een mop hoort schoon en droog te hangen. In de praktijk ligt hij op een propje in de hoek, nog nat van vanochtend.
Nat, warm, vol organisch vuil van alle ruimtes waar hij is geweest. Voor een bacterie is dat een gedekte tafel met de verwarming aan. Onder gunstige omstandigheden deelt één cel zich elke twintig minuten. Dat is ’s ochtends één en na een etmaal een getal met eenentwintig nullen. In dat hok gaat het wat trager, maar de rekensom loopt de hele nacht door.
Die hele kolonie zit in de draden als je hem oppakt. En dan verf je hem uit over de vloer. Zo dweil je de sporen van vorige week terug de ruimte in. De sanitaire ruimte van maandag komt donderdag mee de kantine in.
Een mop is verbruiksmateriaal en gereedschap tegelijk. Je moet weten wanneer je hem wast, wanneer je hem vervangt, wanneer je hem weggooit. En op welke temperatuur die was moet, want een programma van dertig graden haalt er lang niet genoeg uit. Dan komt hij schoon ruikend en nog goed bewoond terug in de kar.
Uitspoelen is geen wassen. Drogen is geen desinfecteren. Een mop die je nat wegzet, zet je op de kweek.
Wie dat niet leert, sleept volgende week elke dag van deze week met zich mee.
Dag 9 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag10

De werkkast verraadt de kwaliteit van de schoonmaak
Wil je weten hoe goed er ergens wordt schoongemaakt? Kijk als eerste in de werkkast. Dat is de afspiegeling van het gebouw.
Aan de muur hangt een bordje: hygiëne begint hier. Netjes, veilig, effectief. Eronder is de werkelijkheid te zien: vuile doeken klaar voor het volgende gebruik, moppen die nooit drogen, een gootsteen met aanslag. Het bordje weet precies hoe het hoort. De kast doet er niets mee.
En dan de andere kast. Alles schoon en keurig ingedeeld. Geen bordje nodig. Hier zíe je gewoon dat iemand het vak snapt.

Zo’n kast ontstaat niet vanzelf. Iemand die zijn materiaal zo achterlaat, weet ook hoe hij ermee werkt: rood en blauw gescheiden tijdens het werk, een mop vervangen na gebruik, doeken op tijd in de was. De kast laat de orde zien. Het vak zit in wat je ermee doet.
Een vuile kast staat zelden op zichzelf. Wie zijn eigen materiaal niet schoon houdt, laat het meestal ook liggen bij de rest van het pand. Daarom is die kast het eerste wat externe controleurs controleren.
Dag 10 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag11

Wie hier schoonmaakt, moet kleine mensjes beschermen die hij nooit ziet
De man op deze foto werkt in een fabriek voor babyvoeding. Hij is productiemedewerker en schoonmaken is een van zijn taken.
Wat hier van de lijn komt, gaat naar baby’s van een paar weken oud. Hun weerstand moet nog worden opgebouwd.
Kijk naar de doek. Die is op de vloer gevallen. Een doek die op de grond heeft gelegen, gebruik je niet meer om mee af te nemen, die gaat in de was. Wie dat weet, pakt een schone. Wie het niet weet, neemt alles wat op die vloer lag mee naar de lijn.
Op zo’n plek is dat het verschil tussen veilig en niet veilig. Daarom moet iedereen die hier schoonmaakt weten wat er op het spel staat.
Productveiligheid is hier in het hele proces ingebouwd, lang voordat deze man begint. Zijn taak is om die niet te laten wegglippen. Eén schakel die het niet weet en de rest was voor niets.
Dag 11 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag12

Patiëntveiligheid begint lang vóór de eerste incisie
Voordat de chirurg de eerste snee zet, is er een heel proces aan voorafgegaan. Hygiënisch schoonmaken is daar een belangrijk onderdeel van.
Een operatiekamer draait om patiëntveiligheid. De tafel, de oppervlakken, alles dat straks wordt aangeraakt. Dat alles moet kloppen voordat de patiënt binnenkomt.
Gaat daar iets mis, dan merkt niemand het op dat moment. Het venijn komt dagen later, als een wond gaat ontsteken.
Daarom is schoonmaken op zo’n plek niet zomaar iets dat snel tussen twee operaties door moet gebeuren. Het is een belangrijk onderdeel van de behandeling. Wie hier werkt, moet weten in welke volgorde, met welk doel en waar de risico’s zitten die je niet kunt zien.
De patiënt op tafel weet niet wie de kamer heeft schoongemaakt. Hij vertrouwt erop dat het goed is gebeurd.
Dag 12 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag13

Dat is pech, het vuil is niet weg: wanneer een microvezeldoek op is
Een microvezeldoek gaat niet eeuwig mee. Vezels die intact zijn nemen veel vuil op. Maar er komt een einde en dan pakt de doek niets meer, dan verft hij het vuil alleen nog voor zich uit.
Aan de buitenkant zie je dat niet altijd. Een doek kan er nog bruikbaar uitzien en allang over zijn houdbaarheid heen zijn. Wie ermee doorpoetst, denkt dat hij schoonmaakt.
Dat is pech. Het vuil is niet weg. Zonde van je kostbare tijd.
De doek bepaalt of je schoonmaakt of verft. Weten wanneer een doek vol is en wanneer hij versleten is, hoort bij het vak. Net zo belangrijk is de hoeveelheid water waarmee je de doek bevochtigt. Te veel of te weinig en de doek heeft niet de maximale werking.
Schoonmaken is niet anders dan het bakken van een cake. Houd je aan het recept voor het beste resultaat.
Dag 13 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag14

Desinfecteren zonder voorafgaande schoonmaak is schijnveiligheid
Een desinfectiemiddel werkt alleen effectief op een schoongemaakt oppervlak.
De namen zeggen het al: een schoonmaakmiddel maakt schoon, een desinfectiemiddel desinfecteert. Twee verschillende taken, in een vaste volgorde.
Sla je de schoonmaakstap over, dan spuit je desinfectiemiddel over het vuil heen; organisch vuil zorgt voor een onvolledige en verminderde werking van dat desinfectiemiddel.
Wellicht glimt het en ruikt het lekker fris. Maar die frisse geur is bedrog, want het middel heeft niet gedaan wat het moest doen. Anders gezegd: poep kun je niet desinfecteren. Je moet het eerst weghalen en schoonmaken. Pas op een schoon oppervlak kan een desinfectiemiddel zijn werk doen.
Dat is het verschil tussen echt veilig en schijnveilig. En dat verschil zie je niet, je moet het weten.
Dag 14 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag15

Niet alles wat blinkt is hygiënisch schoon
Een glimmende klink kan viezer zijn dan een doffe.
Glans zegt iets over het oppervlak. Over vet, kalk, strepen. Glans zegt niets over wat erop leeft, bacteriën zijn niet van plan te gaan glinsteren.
In het schoonmaakvak maken we daarom onderscheid tussen zichtbaar schoon en hygiënisch schoon. Het eerste beoordeel je met je ogen. Het tweede niet. Daar heb je kennis voor nodig: welke plekken, welke middelen, welke volgorde, welke inwerktijd.
Wie alleen op glans stuurt, maakt schoon voor het oog. Wie het vak kent, weet wanneer dat genoeg is en wanneer niet.
Dag 15 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag16

Heerlijk geparfumeerd, niet schoon
Ik zeg het vaak tegen cursisten: hoe sterker de geur, hoe argwanender je mag zijn. Vraag je bij een indringend parfum altijd af wat er gemaskeerd wordt.
Schoonmaken is voor een deel psychologie. Het gaat om beleving en geur speelt daarin mee. Kijk maar bij portiekschoonmaak. De bewoner komt thuis, snuift en denkt: heerlijk, er is goed schoongemaakt. Hij ruikt het parfum en is tevreden.
Maar kijk eens naar de vloer; vaak is het vuil uitgesmeerd, een methodefout. En kijk eens naar de voegen: verkleurd, want daar zit opgehoopt vuil dat er nooit uit is gehaald.
Of neem de stank van urine in een toilet, weggespoten met een luchtverfrisser. Kijk naar de voegen en je ziet het: verzadigd met urine. Zo’n vloer moet een keer goed geschrobd worden en met een waterzuiger worden afgezogen om het vuil echt af te voeren. Een spuitbus lost dat niet op.
Want dat is waar het op neerkomt: schoonmaken is het wegnemen van vuil. Parfum neemt niets weg. Het legt een geurtje over vuil dat er nog gewoon ligt. Geur is de makkelijkste manier om schoon te lijken zonder schoon te zijn. Daarom werkt het zo vaak; de meeste mensen ruiken, ze kijken niet.
Wie het vak kent, kijkt wel. Niet schoon, wel geparfumeerd.
Dag 16 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag17

Een kok leert koken. Een schoonmaker krijgt een sleutelbos
Dit is Nina. Ze wil het goed doen.
Het is half zes. Iemand deed zonet de deur voor haar open en liep in vijf minuten met haar het pand door. Dit moet schoon, dat ook. Rood is voor de wc, blauw voor de rest. Dit is de alarmcode, zo zet je hem aan als je weggaat en vergeet de deur niet op slot te draaien. Heb je het begrepen?
Succes, ik kom volgende week weer. De week erop kwam er niemand. Er waren drie zieken die vervangen moesten worden.
Dus staat ze hier, met een doek, een sleutelbos en met vragen die ze aan niemand kan stellen. Waarom die volgorde? Wanneer wissel je een doek? In het damestoilet zit de wc-bril vol met bloed, hoe maak ik dat het beste schoon? Ze zou het willen weten. Ze wil goed zijn in haar vak.
Een kok leert koken. Een monteur leert sleutelen. Nina kreeg een sleutelbos.
En als er later iets wordt gezegd over de kwaliteit van de schoonmaak, gaat dat over haar. Terwijl ze elke avond heeft gedaan wat haar is verteld.
Zij heeft aandacht en kennis nodig. Dat is het makkelijkste en belangrijkste wat je haar kunt geven.
Dag 17 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag18

De vloer is wél gedaan
Hygiëne gaat zelden mis op de plek waar je kijkt.
Dit is de koelkast van een kinderdagverblijf. Fruit dat straks in stukjes gaat, melk voor de flesjes, bekertjes met namen erop. Alles voor kwetsbare kinderen.
Waarom wordt deze koelkast nooit schoongemaakt?
De schoonmaakster maakt hem niet schoon, want hij staat niet in het werkprogramma. De pedagogisch medewerkers denken dat het haar taak is. Ze mopperen dat de koelkast vies is, maar communiceren dat niet waar het hoort. Zo ontstaat er een verstoorde verhouding tussen het schoonmaakbedrijf en het KDV.
Ondertussen groeit er op de glasplaat en in de deurrubbers rustig iets uit. De vloer wordt elke dag gedaan. Daar kijkt iedereen naar. De koelkast gaat twintig keer per dag open en niemand onderneemt er actie op, terwijl dat wel zou moeten.
Elke schoonmaker heeft een leidinggevende. Hier is werk aan de winkel. Zij is medeverantwoordelijk voor een goede relatie tussen het schoonmaakbedrijf en het KDV en ze moet vakinhoudelijk sterk genoeg zijn om dit te zien en er iets mee te doen.
De schoonmaker houdt zich aan haar programma. Dus gaat de leidinggevende met de contactpersoon om tafel: dit onderdeel is kwetsbaar en het gebeurt nu niet. Wij kunnen het opnemen in ons programma, of jullie pakken het zelf op. Als het maar wordt vastgelegd wie het doet en het ook gebeurt.
Daar zit in de praktijk een gat. Veel leidinggevenden weten prima hoe ze leiding moeten geven. Inhoudelijk schoonmaaktechnisch komen ze vaak tekort. Ze merken de koelkast niet op, dus voeren ze het gesprek niet. En dan blijft het liggen tot het te laat is.
Een leidinggevende hoort proactief te zijn. Signaleren dat er iets in het werkprogramma ontbreekt. Opmerken dat er ergens iets blijft liggen. Het aankaarten voordat de opdrachtgever erover begint. Dat is wat een opdrachtgever zoekt: een schoonmaakbedrijf dat meedenkt en ontzorgt. Zo bouw je aan een relatie die jaren meegaat.
De kwaliteit van de schoonmaak wordt voor een groot deel medebepaald door de vakinhoudelijke kennis van de leidinggevende. Ook zij heeft scholing nodig.
Dag 18 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag19

Alles wat je aanraakte, zit aan de buitenkant
Handschoenen dragen heeft één doel: je huid beschermen tegen wat je aanraakt. Dat begrijpt iedereen, want dat wordt in elke opleiding verteld.
Waarom word je dan niet geleerd hoe je ze weer uittrekt? Want daar gaat het juist mis.
Trek je een handschoen op de verkeerde manier uit, dan breng je op dat moment alsnog alle vervuiling en micro-organismen die aan de buitenkant zaten op je eigen huid aan. Een uur beschermd en veilig werken, tenietgedaan in één beweging.
In een goede schoonmaakopleiding leer je het wél. Hoe je de manchet aan de buitenzijde beetpakt, je pols niet raakt en de handschoen uittrekt zonder dat je huid ooit tegen de vieze kant van de handschoen aan komt. Een handeling van twee seconden die elke keer weer zorgdraagt voor jouw veiligheid en gezondheid.
En dat is waarom het jouw zaak is. Je hebt maar één lichaam. Je gezondheid is het belangrijkste dat je hebt en die neem je elke avond mee naar huis. Wees daar zuinig op.
Dag 19 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag20

Schoon oogt schoon. Tot je beter kijkt naar hoe er gewerkt wordt
Loop een pand binnen en het ziet er op het eerste gezicht prima uit. De vloer glimt en alles is opgeruimd. Kijk dan eens voorbij dat uiterlijk, naar hoe er gewerkt wordt. Want Nina en Tom maken schoon zoals ze het thuis doen. Thuis wonen geen tweehonderd mensen.
Krom staan terwijl de steel versteld kan worden naar de juiste werkhoogte. Microvezeldoeken uitspoelen en uitwringen terwijl dat niet mag en ook niet werkt. Moppen met te veel water en schoonmaakmiddel. Het werkprogramma kennen ze niet, dus doen ze wat hen verstandig lijkt. Wat niemand ooit heeft aangewezen, blijft liggen.
Na verloop van tijd begeven de schouders het en gaat de rug eraan. Dan staat er ziekteverzuim in de cijfers. Bij de opdrachtgever staat ontevredenheid op de agenda.
En dan worden Nina en Tom daarop aangesproken.
Hoe kun je medewerkers afrekenen op iets wat ze niet weten, terwijl ze ook niet weten dat ze het niet weten? Dat is onbewust onbekwaam. Ze zijn begonnen zonder gedegen opleiding en zonder ingewerkt te worden door een vakbekwame collega of leidinggevende. Degene die nu naar die verzuimcijfers kijkt, heeft die opleiding destijds overgeslagen.
Wat ik in de praktijk vaak zie: de leidinggevende is vakinhoudelijk ook niet bekwaam. Dan wordt er niets gesignaleerd en niets doorgegeven. De blinde leidt de blinde. En allebei lijden ze eronder.
Schoon oogt schoon. Tot je beter kijkt.
Dag 20 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag21

Veel mensen zien sensatie. Wij zien veilig en hygiënisch vakmanschap
Veel mensen zien sensatie. Wij zien veilig en hygiënisch vakmanschap.
Als de politie klaar is en het lint weggaat, moet er iemand naar binnen. Iemand die de ruimte weer bewoonbaar maakt voor de mensen die er achterblijven. Dat is hoogspecialistisch werk en het hoort te worden gedaan door iemand die daar vakbekwaam in is. Asbest laat je ook niet weghalen door iemand met een stofzuiger.
Ik geef hier opleidingen in. Wat ik in de praktijk zie, is dat de kennis ernstig tekortschiet. Bij de uitvoerenden en bij hun leidinggevenden net zo goed. Niemand heeft het ze ooit goed geleerd.
Doe de test.
- Weet jij welk middel werkt tegen via bloed overdraagbare ziekteverwekkers en hoe je dat middel correct gebruikt?
- Hoeveel moet je doseren en hoe lang moet het inwerken voordat het iets doet?
- Is het wel het juiste middel?
- Weet jij waar dat afval heen moet, hoe je het moet verpakken en onder welke voorwaarden je het mag vervoeren?
- Weet jij hoe je een besmet pak uittrekt zonder alles wat aan de buitenkant zit op je eigen huid te krijgen?
- Wist je dat dit één van de gevaarlijkste momenten in dit werk is?
- En weet je wat je moet zeggen tegen de nabestaande die buiten staat te wachten?
Blijf je op de vragen het antwoord schuldig? Dan heb je scholing nodig. Want dit is te leren. Het is kennis die bestaat en die je kunt overdragen. Wie hier binnengaat zonder die kennis, brengt zichzelf in gevaar en laat risico’s achter voor wie er straks weer woont.
Veel mensen zien sensatie. Wij zien veilig en hygiënisch vakmanschap.
Dag 21 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag22

Een goede schoonmaker doorbreekt besmettingsroutes
Vuil weghalen is het zichtbare deel van het werk van de schoonmaker. Wat eronder ligt, is de besmettingsroute: de weg die micro-organismen afleggen van de ene plek naar de andere.
Zelf komen ze nergens. De doek en de handen zijn hun Nikes en daarmee verplaatsen ze zich in hoog tempo door het hele gebouw. In een ziekenhuis of verpleeghuis loopt die route van de badkamer van kamer 12 naar het bedhek van kamer 14. In een levensmiddelenbedrijf van de vloer naar het werkblad waar straks het product overheen gaat.
Zo’n besmettingsroute is een ketting van schakels. Haal er één weg en de hele keten valt uit elkaar. Dat gebeurt als je met schoon materiaal aan een nieuwe ruimte begint. Of als je van minder vervuild naar meer vervuild werkt.
Wie dat weet, maakt andere keuzes. Vaak kost het geen extra tijd. Het is een andere volgorde. En het resultaat zie je nergens terug, want een besmetting die niet heeft plaatsgevonden komt in geen enkel rapport voor.
Je wordt beoordeeld op wat er glimt, terwijl je bezig bent met wat er niet gebeurt. Het jammere van goed schoonmaakwerk is dat het grootste deel ervan nooit wordt opgemerkt.
En juist dat onzichtbare deel zorgt in de zorg voor patiëntveiligheid en in de levensmiddelenindustrie voor voedselveiligheid. Daar ligt het verschil tussen gezond blijven en in het uiterste geval doodgaan.
Neem een uitbraak van het norovirus in een verpleeghuis. Wordt dat virus door de schoonmaak meegenomen naar de rest van het huis, dan gaan de bewoners bij bosjes om. Voor kwetsbare ouderen is dit geen buikgriepje van een dag.
Staat je oma op de wachtlijst voor zo’n huis? Dan is er gauw plek voor haar als de schoonmaak zich niet aan de regels houdt. Dat geldt trouwens voor iedereen die in zo’n huis rondloopt. De verzorging, de keuken, de fysiotherapeut, de familie op bezoek.
Goede handhygiëne is niet iets van de schoonmaak alleen. Het virus vraagt niet wie je bent en waar je voor komt.
Schoonmaken is voor een gebouw wat zuurstof is voor het leven. Je merkt het pas als het er niet is. Ademen gaat vanzelf. Zo hoort dit werk ook te gaan: zonder dat je er nog bij hoeft na te denken. Die tweede natuur krijg je niet cadeau. Die leer je.
Dag 22 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag23

Twee middelen samen. Eén ambulance
Twee schoonmaakmiddelen bij elkaar in één emmer kunnen een damp opleveren waar je niet van bijkomt. Chloor en zuur is de bekendste combinatie. Een sanitairreiniger op zuurbasis bij een middel met chloor erin levert chloorgas op.
Stel je voor wat dat betekent in een toilet: een kleine ruimte, deur dicht, geen raam, nauwelijks ventilatie. Het gas blijft hangen en de concentratie loopt op terwijl jij daar staat te werken. Chloorgas is in oorlogen als wapen ingezet. Datzelfde spul maak je met twee flessen uit de werkkast.
Ik gaf een training bij een schoonmaakbedrijf. We waren bij het onderdeel sanitair toen ik ineens benauwd werd. Even later moest ik snel naar buiten om op adem te komen.
Toen ik weer wat was bijgekomen ben ik gaan kijken wat er aan de hand was. Ik kwam uit bij het schoonmaakmiddel. Het middel moest 1 op 40 verdund worden. Zij gebruikten het onverdund. En ze brachten het aan met een spuitnevel via een sprayflacon, dus die damp hing tijdens de werkzaamheden in de ruimte en ging elke ademhaling mee naar binnen.
Ik lag na een half uur zowat op de grond. Zij deden dit elke dag.
Bij een spuitnevel verstuif je het middel tot druppeltjes die in de lucht blijven hangen. Wat op een oppervlak hoort te werken, adem je dus in. Je longen kunnen veel, ze zijn echter niet gemaakt om dagelijks schoonmaakmiddel te verwerken.
Een etiket is een nuttig stukje papier op de fles. De verdunning die erop staat is geen suggestie. Die is bepaald op basis van waar het middel voor gemaakt is en hoe lang het moet inwerken. Onverdund werkt het niet beter, het tast wel oppervlakken aan, het is schadelijker voor de gebruiker en het kost een veelvoud.
Behalve een aanslag op de gezondheid is het ook een aanslag op het budget. Ik heb voor ze uitgerekend wat die verspilling kostte in de regio waar ze werkten: zestigduizend euro per jaar. Zo door de gootsteen weggegooid. Voor een middel dat veertig keer zo lang mee had gekund.
Ik heb het gemeld bij de regiomanager. De enige reactie was het ophalen van zijn schouders. Dat vond ik erger dan wat ik in dat toilet had aangetroffen.
Bij elk middel hoort een veiligheidsinformatieblad. Liggen die bij jou niet in een map in de werkkast? Vraag dan eens waar ze wél zijn. En of iemand ze ooit heeft gelezen. Vraag ook eens wat er in die naamloze fles zit die al maanden achterin staat.
Wie met chemie werkt, hoort te weten wat de verdunning is en waarom. Waarom je nooit iets samenvoegt en waarom een fles zonder etiket de werkkast uit moet.
Al deze kennis is gewoon je vak. Weet je het niet? Niets aan de hand. Ga het leren.
Twee middelen samen. Eén ambulance.
Dag 23 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag24

Vijftien cent. Onbetaalbaar: wat een doek in handen houdt
Mensen die een schoonmaakdoek vasthouden, houden ook iemands gezondheid vast.
Een doek is een lap textiel van vijftien cent. Wat ermee gebeurt, bepaalt of iemand met een open wond veilig ligt. Of dat iemand het broodje bij de benzinepomp lekker opeet of er de volgende dag mee op de wc zit.
Dat is een gekke verhouding. Het goedkoopste voorwerp in het gebouw, in handen van mensen die vaak in de laagst betaalde functie zitten en daar hangt iets aan dat je met geen enkel bedrag terugkoopt.
In de zorg gaat die doek over het bedhek waar straks een hand op steunt. In een kinderdagverblijf over de tafel waar zo een boterham op ligt. In een productiehal over het werkblad waar het product overheen gaat.
Steeds een stukje textiel. Steeds iemand die het vasthoudt.
En dan hoor ik regelmatig: ik ben maar schoonmaakster. Nee dus! Jij houdt een gebouw draaiend. Zonder jou gaat er binnen een week van alles mis waar niemand op zit te wachten.
Kijk ook eens naar wat er gebeurt als er bezuinigd moet worden. Waar begint dat gesprek vaak? Precies. Bij het beroep dat een van de grootste bijdragen levert aan het gezond functioneren van een organisatie.
Iemand die weet wat er van zijn of haar werk afhangt, weet hoe belangrijk haar werk is. Die kent haar bijdrage aan het grotere geheel. Die zegt nooit meer dat zij maar schoonmaakster is.
Die zegt: “ik bén schoonmaakster.”
Dat is precies wat een opleiding doet. Je leert waarom de volgorde is zoals hij is. Waarom je die doek wisselt op het moment dat je hem wisselt. Wat er gebeurt als je het niet doet en bij wie dat terechtkomt. Vanaf dat moment doe je niet meer wat er is gezegd, maar wat je zelf begrijpt.
Dag 24 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag25

Je rug gaat maar één keer kapot
Vraag iemand van vijfentwintig hoe het met zijn rug gaat. Schouderophalen. Vraag het aan iemand van vijfenvijftig die twintig jaar in dit vak zit en je krijgt een heel ander gesprek.
Een dienst schoonmaken bestaat uit duizenden bewegingen. Bukken, reiken, draaien met een volle emmer, moppen met een steel die te kort staat. Elke beweging op zich stelt niets voor. Het zijn de aantallen die het werk zwaar maken. Je voelt er vandaag niets van. Over vijftien jaar voel je het elke ochtend.
Correcte ergonomie is net zo belangrijk als goed gereedschap en met goed gereedschap moet je leren werken. Neem een machine die je het zware werk op een vloer uit handen neemt. Bedien je die met een kromme rug, dan pleeg je alsnog een aanslag op je gezondheid.
De steel van je mop is verstelbaar. Zet hem op jouw lengte en niet op die van de collega van gisteren. Duwen kost je lichaam minder dan tillen. Draaien met een last in je handen is waar het misgaat, dus zet je voeten mee in plaats van alleen je romp. Werken boven schouderhoogte houd je zo kort mogelijk.
Dit is geen hogere wiskunde. De basis leer je in één dag en tijdens de opleiding blijft de trainer meekijken of het ook echt zo gaat. Daarna houdt het niet op. Een goede lichaamshouding moet je trainen tot het een gewoonte is en zolang je erbij na moet denken zit het er nog niet in.
Daarom is het verstandig om een aantal ergocoaches in het bedrijf te hebben. Zij blijven collega’s volgen, geven feedback en corrigeren zodra iemand terugvalt in oude gewoontes.
Dat is vitaal vakmanschap. Daar hoort meer bij dan alleen je houding tijdens het werk: goede voeding, beweging, genoeg ontspanning en slaap. Want het hele leven draait niet om werken. Met werk verdien je een inkomen en daarmee bekostig je de dingen die je in je vrije tijd fijn vindt om te doen. Dat je je geld verdient met werk dat je prettig vindt is mooi meegenomen.
Een gezond functionerend lichaam maakt dat allemaal een stuk makkelijker. En je krijgt er maar één.
Je rug gaat maar één keer kapot.
Dag 25 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag26

Opleiden staat op één regel. Een uitbraak op twintig
De prijs van een goede scholing is makkelijk te vinden. Die staat scherp op één regel van een begroting, met een bedrag erachter dat iedereen kan aanwijzen.
De prijs van één uitbraak op één afdeling staat nergens bij elkaar. Bedden die dicht gaan, extra ligdagen, uitval van personeel, inhuur om dat op te vangen. Dat bedrag ligt verspreid over twintig andere regels en bij geen enkele staat erbij dat het niet had gehoeven.
Wat op één regel staat, weegt. Wat over twintig regels ligt, valt niemand op.
Tot iemand die tweede som een keer maakt. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft dat gedaan. Elke euro die naar omgevingshygiëne in de zorg gaat komt als vijf euro terug, en 35 tot 70 procent van de zorggerelateerde infecties is te voorkomen met wat er nu al bestaat.
De WHO zegt er ook bij hoe je dat voor elkaar krijgt. Scholing bij indiensttreding en daarna elk jaar opnieuw. Meten hoe het op de vloer gaat en dat terugkoppelen. In 2030 moet meer dan negentig procent van de zorginstellingen dat geregeld hebben, voor het klinisch personeel en voor de schoonmaak.
Daar zit een woord in dat te vaak wordt overgeslagen: jaarlijks. Professioneel schoonmaken vraagt permanente educatie. Een basisdiploma dat je één keer hebt gehaald zegt niets over de kwaliteit op de vloer van vandaag.
En een opleiding heeft pas nut als het geleerde geïntegreerd is. Dat vraagt meer dan zes bijeenkomsten van drie uur, waar de pauze ook nog vanaf gaat. Iemand moet daarna blijven meekijken, corrigeren en herhalen tot het vanzelf gaat.
Achter die bedragen zit steeds een mens. Iemand die twee weken langer moest blijven omdat hij op de afdeling iets opliep waar hij niet voor was opgenomen. Een familie die de ontslagdatum al had omcirkeld en die weer kon doorstrepen.
Dat staat op geen enkele begrotingsregel. Het is wel de reden dat die som ooit gemaakt is. Opleiden staat op één regel. Een uitbraak op twintig.
Dag 26 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag27

Ze werkt hier al anderhalf jaar. Niemand kent haar naam
Ze werkt hier al anderhalf jaar. Niemand kent haar naam.
Je kent de naam van de receptioniste. Van de man die de pakketjes brengt. Van de vrouw die twee afdelingen verderop zit en die je drie keer per jaar spreekt.
En hoe zit dat met degene die vanochtend de wc-bril heeft gedaan waar jij om half negen op zat? Geen idee. Van degene die het koffieapparaat heeft schoongemaakt zodat jij nu veilig een lekker bakje kunt drinken? Ook niet.
Toch kom je haar bijna elke dag tegen. ’s Ochtends loopt ze met haar werkwagen in de hal, op weg naar de werkkast om haar spullen op te ruimen, terwijl jij binnenkomt en naar je werkplek loopt. Of aan het eind van de middag ga jij naar huis en begint zij aan haar dienst. Twee mensen in dezelfde hal, vaak niet eens met een knikje ertussen.
In het begin groette ze iedereen die ze tegenkwam. Daar is ze mee gestopt, want er kwam meestal niets terug.
Zo gaat dat vaak in het schoonmaakvak. Wie een koffiekring vergeet weg te halen, dat merk je op. Wie alles goed doet, verdwijnt. Hoe beter het gebeurt, hoe minder je het merkt.
Blijkbaar heeft opleiden ook een nadeel. Iemand die het schoonmaakvak echt beheerst, wordt onzichtbaar want er zijn geen klachten meer.
Onzichtbaar vakmanschap: anderhalf jaar lang en niemand die weet hoe ze heet, terwijl ze in hetzelfde gebouw werkt als jij.
Weet je haar naam wél, dan verandert er van alles, want dan is ze ineens een gewaardeerde collega. Dan zet je je eigen kopje dat je nu iedere keer op je bureau liet staan in de vaatwasser. Dan leg je op de dag dat er gebak was een briefje neer met haar naam erop: er staat er ook een voor jou in de koelkast. Dit in plaats van dat ze nu een verfrommeld gebakje bovenin de vuilniszak ziet liggen. De vuilniszak die zij elke dag vervangt.
Ondertussen loopt er iemand in dat gebouw rond die het gebouw beter kent dan wie dan ook. Die weet welke kraan al maanden drupt en welk toilet elke maandag een puinhoop is. Die ziet wie zijn spullen laat slingeren en wie er om zeven uur ’s avonds nog zit. Niemand vertelt haar iets en toch weet ze het.
Dus houd je pas morgen even in. Maak een praatje, stel jezelf voor en vraag hoe ze heet. Begroet haar voortaan zoals je dat met je andere collega’s ook doet.
Dag 27 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag28

Schoon ontstaat niet vanzelf. Iemand moet het snappen
Schoon ontstaat niet vanzelf. Iemand moet het snappen.
Zet in een gebouw de beste middelen neer. Hang de dispensers op, schrijf de protocollen, maak de werkprogramma’s, zorg voor goed materiaal en genoeg voorraad. Alles staat er, alles is aanwezig. Er staat niets meer in de weg voor perfect uitgevoerd werk. Toch?
Vreemd genoeg gebeurt er nog niets wat je vakmanschap kunt noemen. Want een dispenser is een ding aan de muur. Een protocol of werkprogramma is papier in een map. Materiaal is materiaal. Pas op het moment dat iemand snapt wat hij ermee moet, gaat het werken.
Dat is wat er in Nederland aan de hand is op locaties waar het niet schoon is, waar veel wisseling van schoonmaakmedewerkers is en waar het ziekteverzuim hoog ligt. De hardware is prima op orde. De kranen doen het, de spullen zijn er, de middelen kloppen en op papier is alles voor elkaar. Overal een groen vinkje.
Wat mist is de factor mens. En dat is pas écht een gemiste kans.
Want wat als eerste op je programma hoort, is het opleiden van je schoonmakers. Er ware ambachtslieden van maken. Ambassadeurs voor je bedrijf en het slot op je achterdeur, want je klanten ervaren rust als je schoonmakers opgeleid zijn. Het is de eerste en makkelijkste winst die er te halen valt, voor je medewerkers en voor het rendement van je bedrijf. Je hoeft mensen alleen aandacht te geven en uit te leggen waarom ze doen wat ze doen.
Dat waarom is precies het stuk dat overal wordt overgeslagen. Iemand leert de volgorde en niet de reden. Die volgorde vergeet je. Wie de reden kent blijft het juiste doen en bedenkt zelf wat er moet gebeuren in een situatie die niet in het werkprogramma staat.
Want zo’n situatie komt altijd. Elke dag opnieuw.
Schoon is niet alleen een kwestie van spullen. Het is een kwestie van mensen die weten wat ze aan het doen zijn en hoe ze de spullen correct moeten gebruiken.
Dag 28 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag29

Wie wil bezuinigen op schoonmaakkosten, moet investeren in opleiden
Gisteren ging het over wat er ontbreekt. Vandaag over wat dat kost.
Het rendement moet omhoog. Dus we gaan bezuinigen en we snijden in de schoonmaakopleidingen. Op papier en op de korte termijn ziet dat er goed uit.
Wat je met dat schrappen inkoopt, is dit: middelen die onverdund door de gootsteen gaan omdat niemand de verdunning kent. Hogere kosten voor materiaal en middelen. Mensen die hun rug slopen en zich ziek melden. Hoog ziekteverzuim en de vervangingskosten die daarbij horen. Hoog verloop, want wie zich niet gezien voelt en het werk niet begrijpt, kijkt verder. Elke keer opnieuw iemand inwerken die na een halfjaar weer weg is. Hoge druk op je leidinggevenden. Ontevreden klanten. Klanten die vertrekken, waardoor de acquisitiedruk oploopt en de verkoopkosten mee. En een slechte naam in de markt.
Bij één regio rekende ik ooit uit dat het onverdund gebruiken van één middel zestigduizend euro per jaar kostte. Dat stond niet op hun begroting.
Zo werkt het in het schoonmaakvak. Je bespaart op één regel en betaalt op vijf andere: bij verzuim, bij inkoop en bij verkoop. Niemand die die bedragen bij elkaar optelt.
Draai het om en de som klopt aan alle kanten.
Iemand die is opgeleid, weet hoe hij zijn lichaam vitaal gebruikt. Dat scheelt ziektekosten en vervangingskosten. Hij weet hoe hij middelen en materialen moet gebruiken en dat scheelt inkoopkosten en belasting van het milieu. Hij kent het werkprogramma en weet waarom hij het toepast, wat een tevreden klant oplevert. Tevreden klanten blijven en dat drukt je verkoopkosten.
Met opleiden maak je van je schoonmakers ambachtslieden. Die stralen uit waar je bedrijf voor staat en dat werkt als een magneet op nieuwe klanten. Reken het rustig na. De ene kant kost je op tien plekken geld, de andere levert je op tien plekken geld op. En het enige verschil zit in de vraag of je je mensen hebt opgeleid.
Voordenken is het woord dat ik daarvoor gebruik. Wie iets verkeerd doet, mag daarna gaan nadenken hoe hij het oplost. Dat kost tijd die je ook in het in één keer goed doen had kunnen steken. Nadenken komt achteraf, als de klacht er ligt of als de vervanger ingewerkt moet worden. Voordenken zit ervoor. Bij een bedrijf loopt die som net zo. Wie het opleiden schrapt, koopt jaren nadenken in over problemen die er dan al staan. Een bedrijf dat opleiden serieus neemt, denkt voor. Voordenken lost problemen op die er nog niet zijn. Dat is de goedkoopste manier om ze op te lossen.
De Wereldgezondheidsorganisatie kwam voor omgevingshygiëne in de zorg op een factor vijf. Elke euro erin, vijf euro eruit.
Bezuinigen op schoonmaak is duur. Opleiden is de goedkoopste maatregel die je hebt. Wie wil bezuinigen op schoonmaakkosten, moet investeren in opleiden.
Dag 29 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Dag30

Mijn naam is Vera en mijn vak is schoonmaken
Dit is Vera. Ze loopt door een gebouw dat op het jouwe lijkt. Ze weet welke deurklink daar honderd handen per dag ziet, welke doek ze pakt en waarom die en geen andere en in welke volgorde ze door dat pand gaat. Dat is nog maar een fractie van de kennis die ze bij zich draagt terwijl ze langs je bureau loopt.
Deze dertig dagen gingen over haar en over iedereen die hetzelfde vak uitoefent.
Voor de slotdag wilde ik meer ruimte dan een post me geeft. Daarom schreef ik op dag 30 geen post, maar een artikel. Het staat hieronder in zijn geheel.
Mijn naam is Vera en mijn vak is schoonmaken
Kijk eerst even naar de foto hierboven.
Dat is Vera. Ze loopt door een gebouw dat op het jouwe lijkt. Ze kent de plekken waar het altijd druk is en ze weet welke deurklink daar honderd handen per dag ziet. Ze weet welke doek ze pakt en waarom die en geen andere. Ze weet hoeveel middel er in dat water hoort en wat er gebeurt als het meer wordt. Ze weet in welke volgorde ze door het gebouw gaat zodat ze efficiënt en hygiënisch werkt. Dat alles zit in haar hoofd terwijl ze langs je bureau loopt.
De afgelopen dertig dagen gingen over haar en over het vak van haar collega’s.
Het moment waarop een training licht geeft
Ik doe dit werk voor één moment en dat is het aha-moment van de deelnemer. Alsof de bodem uit een verstopt koffiefilter openscheurt en de koffie ineens begint te stromen. Opeens is duidelijk waarom iets op een bepaalde manier moet.
Laatst liet ik iemand een deurklink uit een andere hoek schoonmaken. Ze deed het, keek op en zei: hé, nu voel ik geen pijn aan mijn pols. Datzelfde werk, dezelfde klink, twintig jaar lang op de oude manier. Als ik echt aandacht heb voor de cursist en er de tijd voor neem, zie ik het kwartje vallen. Dan zie ik iemand rechter gaan staan. Daar doe ik het voor.
En dan komt na de pauze een andere cursist naar me toe met de vraag of hij eens mag laten zien hoe hij het doet. Waarna ik zelf een aha-moment heb. Ja, zo kan het ook en nog handiger ook. Ik zeg dan vaak: wauw, dank je wel voor deze tip, als je het goed vindt pik ik hem van je en gebruik ik hem in mijn volgende les.
Je moet eens weten hoeveel kennis er in zo’n groep cursisten zit. Ik zit ruim dertig jaar in dit vak en ik leer er nog bijna wekelijks iets bij. Dat is het mooie van lesgeven in de professionele schoonmaak. We leren van elkaar.
Dertig dagen en wat er allemaal langskwam
Ik wilde dertig dagen lang laten zien wat er komt kijken om professioneel schoon te maken en schoonmaker te zijn. Dat is nogal wat.
Waarom schoonmaken vóór desinfecteren het belangrijke verschil maakt. Wat een mop die goed onderhouden wordt met je resultaat doet. Hoe iemand met kennis van etiketten een werkkast veilig houdt voor zichzelf en voor de mensen in het pand. Wat een goede werkhouding je over vijftien jaar nog waard is. En wat er verandert op de dag dat iemand haar naam vraagt.
Als je die dertig op een rij legt, zie je waarom ik dit vak een ambacht noem.
Wat een ambacht is
Een ambacht is werk waarbij het resultaat afhangt van wat er in het hoofd en het lichaamsgeheugen van de uitvoerder zit. Twee mensen doen dezelfde handeling en er komt iets anders uit. Dezelfde doek over dezelfde tafel. Of dat schoonmaken is of verven hangt af van wat iemand weet.
Bij een ambacht hoort gereedschap dat je onderhoudt. Een timmerman houdt zijn beitels scherp omdat hij precies weet wat een scherpe beitel hem oplevert. Datzelfde geldt voor een mop en een doek. Wie dat eenmaal doorheeft gaat er anders mee om. Dat zie je diezelfde dag nog terug op de vloer.
En je lichaam hoort erbij. Je werkt er dag in dag uit mee en je krijgt er maar één. Wie zijn houding leert, heeft daar de rest van zijn loopbaan plezier van.
Het zit ook in de kleinste dingen. Neem het uittrekken van een handschoen. Wie de goede volgorde kent, houdt buiten wat buiten moet blijven. Een leek ziet daar niets bijzonders in. Wie het vak kent, weet dat daar alles ligt.
Kennis en uitvoering die je terugziet in een hygiënisch resultaat, in handen van iemand die weet waarom hij doet wat hij doet. Zo werkt een ambacht.
Heb je daar een opleiding voor nodig?
Buitenstaanders vragen me dat nog weleens. Opleidingen in schoonmaken, heb je daar een opleiding voor nodig? Dan vertel ik graag wat er komt kijken bij professioneel schoonmaken en hoe weinig dat te maken heeft met de manier waarop je thuis je keuken doet.
Iedereen vindt het normaal dat een elektricien of een timmerman drie jaar naar school gaat. Vera draagt verantwoordelijkheid voor de hygiëne in een kantoorpand of een ziekenhuis. Voor veiligheid en gezondheid. Daar hoort wat mij betreft een opleiding bij die net zo serieus is als het werk zelf.
Het goede nieuws is dat er al veel gebeurt. Er zijn heel wat bedrijven en organisaties die serieus werk maken van opleiden en die dat met overtuiging doen. Ik kom ze regelmatig tegen en ik zie wat het ze brengt. Daar bouw ik graag op verder, want na de basis begint het interessante deel pas. Herhaling en verdieping zorgen ervoor dat het een halfjaar later op de vloer nog steeds gaat zoals het hoort.
Bij bedrijven die daarin doorpakken zie ik steeds hetzelfde terug. Mensen die weten waarom ze doen wat ze doen, die hun lichaam sparen en die merken dat ze meetellen. Die mensen blijven. Vraagt een klant hoe hun werk in elkaar zit, dan leggen ze dat zelf uit. Beter dan welke accountmanager ook.
Opleiden levert het meeste op als de offerte ruimte laat om het werk uit te voeren zoals het bedoeld is. Wie dertig liter nodig heeft om zijn bestemming te halen, tankt dertig liter. Dan komt de opleiding ook echt terecht op de plek waar hij bedoeld is.
Ik hou van bedrijven die het gewoon doen. Be the change you want to see.
Wat je morgen al kunt doen
Je hoeft geen programma op te tuigen om iets te veranderen. Maak morgen in de hal even een praatje. Leg een keer een briefje op je werkblad met een bedankje voor het schone bureau. Vraag je team wat zij zouden veranderen als ze het voor het zeggen hadden, want daar zit meer in dan je denkt. En zet dat kopje even in de vaatwasser.
Dat laatste klinkt klein. Het scheelt haar tijd en die tijd gaat naar het werk waar het echt om draait.
Groots in het kleinste opleider zijn
Ik hoorde ooit een opleider zeggen: massa is kassa. Dat is daar dan de mantra. De onze klinkt anders. Ik draag met trots uit dat wij met ons bescheiden team de kleinste opleider van Nederland zijn.
Bij Schoonmaakopleiding Nederland werken we met een kleine groep bevlogen en uiterst vakbekwame trainers. Mensen die zelf op de vloer hebben gestaan en lesgeven in werk dat ze zelf hebben gedaan. Trainers die een groep aanvoelen en die kunnen schakelen op wat er nodig is, ook als het anders loopt dan gepland. Naast veel maatwerkopleidingen geven wij óók de standaard basisopleiding, alleen doen we dat op onze eigen manier. Voor bedrijven die het ook anders willen.
We ontwikkelen ons eigen praktijkgedreven lesmateriaal. We beginnen bij de basis en gaan daarna naar maatwerk, ook binnen een standaardopleiding, want geen enkel gebouw en geen enkel team is hetzelfde. Dat kunnen we omdat we klein zijn. Een groep van acht mensen in de zorg vraagt iets anders dan een team in food of in de recreatie. Dat merk je pas als je in de ruimte staat.
Uiteraard moet bij ons de kassa ook rinkelen. Wij verdienen ons geld met opleidingen die kloppen bij wat er op die vloer nodig is.
Wij zijn groots in het kleinste opleider zijn.
En wat levert jou dat op?
Je wilt het beste voor je mensen en voor je klant. Dan wil je een opleider die datzelfde voor jou wil. Iemand die het zegt wanneer iets beter kan, ook als dat ongemakkelijk is. Iemand die na afloop terugkomt om te kijken of het op de vloer is blijven zitten.
Terug naar Vera
Kijk nog één keer naar de foto.
Er is iets veranderd sinds dag één. Vera heeft een naam en een vak. Ze weet precies wat ze doet en waarom. Je weet nu wat er allemaal bij komt kijken om ervoor te zorgen dat jij vandaag in een prettige en schone omgeving kunt werken.
Kom je haar morgen tegen in de hal? Goedemorgen of goedemiddag mag altijd. Wie weet ontstaat er een leuk gesprek en wissel je een heerlijk recept uit voor het eten van morgen.
Mijn naam is Vera en mijn vak is schoonmaken.
Dag 30 van 30. Schoon is pas veilig als je het begrijpt.
Opleiden werkt.
Tot slot
Dertig dagen, dertig inzichten. Dank aan iedereen die meelas en zijn eigen verhalen deelde. Ik heb er zelf minstens zoveel van geleerd. Dat had ik vooraf niet zien aankomen.
Deze dertig dagen hebben me bovendien op een idee gebracht dat ik verder ga uitwerken. Meer daarover als het zover is. Ondertussen blijf ik schrijven over dit vak, dus blijf gerust hangen.
Nu ben ik benieuwd naar jou. Welke dag is je het meest bijgebleven en waarom juist die? Zet het hieronder, ik lees ze allemaal.
En de vraag van dag 1 staat nog steeds: wanneer heeft jouw team voor het laatst een echte opleiding gehad? Niet ingewerkt. Opgeleid. Heb je zin om daar samen iets moois van te maken, dan weet je me te vinden.
