Schoonmaakopleiding in de zorg: de WHO heeft er een percentage bij gezet

Wat een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie zegt over het opleiden van schoonmakers in de zorg.

Dit werk doet ertoe en het moet geleerd worden.

Wat de WHO schrijft over de schoonmaakopleiding in de zorg

Eén euro investering levert €5 op

Elke euro die naar omgevingshygiëne in de zorg gaat, komt volgens de Wereldgezondheidsorganisatie als vijf euro terug. Voordat ik daarop doorga, eerst even dit, zodat we elkaar goed begrijpen. Infectiepreventie is een vak op zich, met mensen die daar jaren voor gestudeerd hebben. Deskundigen infectiepreventie, ziekenhuishygiënisten, artsen-microbioloog. Ik ben er geen van allen en ik ga ook nooit doen alsof.

Mijn terrein is hygiëne en daarbinnen veel en vaak het schoonmaken in de gezondheidszorg. Dat is een onderdeel van infectiepreventie zoals de WHO het beschrijft en dat onderdeel is groot genoeg om een werkzaam leven aan te vullen. Ik zit inmiddels ruim dertig jaar in dit vak en ik leer er bijna dagelijks iets bij. Voor mij is dat de aardigheid ervan. Leren is bij mij namelijk ongeveer hetzelfde als eten.

En toen kwam er in 2025 een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie langs met de titel The case for investment and action in infection prevention and control. Drieëntwintig pagina’s over investeren in infectiepreventie. Ik ben het gaan lezen om te kijken of schoonmaak er nog in voorkwam. Door allerlei drukte en andere excuses heb ik het eerst laten liggen om het vervolgens deze week weer uit de la te hebben gehaald. Wat nu volgt is wat ik eruit haalde.

Waar het over gaat

De WHO opent met de omvang. Elk jaar lopen wereldwijd honderden miljoenen patiënten en zorgmedewerkers schade op door vermijdbare infecties die tijdens de zorgverlening worden opgedaan. Familieleden en bezoekers kunnen ook getroffen worden. Deze infecties verlengen de opnameduur, leiden tot complicaties zoals sepsis en tot blijvende beperkingen en houden zorgmedewerkers thuis van hun werk.

Het woord waar het om draait staat er meteen bij: vermijdbaar. De WHO becijfert dat 35 tot 70 procent van deze infecties te voorkomen is met wat er nu al bestaat. Handhygiëne, standaardvoorzorgsmaatregelen, persoonlijke beschermingsmiddelen, omgevingshygiëne, desinfectie en sterilisatie, veilig werken met invasieve hulpmiddelen. Werk van mensenhanden dus, uitgevoerd door mensen die weten wat ze doen.

35–70%van de zorggerelateerde infecties is te voorkomen met wat er nu al bestaat
€5economische winst per euro die naar omgevingshygiëne gaat
€24,60economische winst per euro die naar handhygiëne gaat
>90%van de zorginstellingen moet in 2030 jaarlijks scholen, ook de schoonmaak

De som die wij zelf nooit hadden

Hier wordt het voor onze schoonmaakbranche interessant. De OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) heeft voor vierendertig landen elf verschillende maatregelen tegen antibioticaresistentie doorgerekend en op één grafiek naast elkaar gezet. Vaccinatie staat erop, mediacampagnes, financiële prikkels, snellere diagnostiek, veilige voedselbereiding. Bovenaan die grafiek, met de meeste vermeden sterfgevallen per jaar en de hoogste economische winst, staan omgevingshygiëne en handhygiëne in zorginstellingen.

De bijbehorende rendementen: elke euro die naar omgevingshygiëne gaat komt als vijf euro economische winst terug. Bij handhygiëne is het 24,6 euro per geïnvesteerde euro. Wereldwijd zou goede uitvoering jaarlijks 112 miljard aan zorgkosten besparen, met daarnaast 124 miljard aan economische winst en 821.000 sterfgevallen minder. De Wereldbank rekende voor dat je met 1,3 miljard per jaar aan infectiepreventie al 14 procent afdekt van het bedrag dat nodig wordt geacht om antibioticaresistentie in te dammen.

Voor wie het rapport erbij pakt: de WHO rekent in dollars van 2020, gecorrigeerd voor koopkracht. Ik schrijf hier euro’s omdat dat voor ons prettiger leest. Voor het gesprek dat ik hierna voer, verandert die wisselkoers helemaal niets aan de strekking.

Ik heb in dertig jaar heel wat mensen horen zeggen dat schoonmaak een kostenpost is. Ik ben het er nooit mee eens geweest. Dat de WHO mijn bondgenoot zou zijn, dat had ik nooit kunnen bedenken. Ik heb nog nooit iemand horen zeggen dat het een factor vijf oplevert. Dat komt aardig uit, want de rekensom is nu gemaakt door een club die niets aan onze offertes verdient. Dat maakt het gesprek met de financiële afdeling een stuk overzichtelijker. Toch?

Wat er over opleiden in staat

Het WHO-actieplan loopt van 2024 tot 2030 en is in mei 2024 door alle lidstaten aangenomen. Er horen twaalf kerndoelstellingen bij, waarvan vier op het niveau van de zorginstelling zelf. Daar staat er één tussen die ik graag ingelijst aan de muur zou hangen.

Kerndoelstelling 3

Global action plan and monitoring framework on infection prevention and control 2024–2030 — op het niveau van de zorginstelling

Het aandeel zorginstellingen dat training geeft aan al het uitvoerend klinisch personeel én al het schoonmaakpersoneel bij indiensttreding en daarna jaarlijks, plus aan leidinggevenden bij indiensttreding, moet in 2030 boven de 90 procent liggen.

Frontline clinical and cleaning staff, in één adem genoemd.

De schoonmaker staat in dezelfde doelstelling als de verpleegkundige, met een percentage en een jaartal eronder zodat er iets te meten valt. Dat is de erkenning waar deze branche al een generatie om vraagt, opgeschreven door mensen in Genève die ons nog nooit gezien hebben.

De WHO is er wel helder over hoe die training moet landen. Ze werken met de multimodale verbeterstrategie en die heeft vijf onderdelen: het systeem inrichten zodat het werk goed uitgevoerd kán worden, de mensen opleiden, meten en terugkoppelen, herinneren en communiceren op de werkplek en werken aan de cultuur. Opleiden is daar één van. Een dispenser ophangen zonder uitleg levert een dispenser op. Een certificaat in de map zonder de andere vier onderdelen levert een map op. De combinatie is waar het rendement uit komt. De WHO voegt eraan toe dat het beter werkt wanneer iemand het van bovenaf coördineert.

Waar in Nederland de winst ligt

We hebben het hier makkelijker dan de meeste landen in dat rapport. In 2022 had 43 procent van de zorginstellingen wereldwijd geen handhygiënevoorziening op de plek waar zorg wordt verleend of in de toiletten. Bij ons hangen de dispensers en doen de kranen het. De hardware is op orde.

Daarmee verschuift de vraag naar het enige stuk dat overblijft en dat is wat er in de hoofden van de mensen zit die het werk doen. Precies daar ligt in Nederland de grootste onbenutte winst en dat is goed nieuws, want dat is ook het goedkoopste deel om aan te pakken.

Op dit moment gaat een groot deel van de schoonmakers in de zorg met een diploma Zorg 1 de vloer op. Dat papier zegt op dit moment weinig over wat iemand op een patiëntenkamer doet. Bij die examens slagen mensen ondanks fouten die er echt toe doen, beoordeeld door examinatoren van wie de vakbekwaamheid zelf niet vaststaat. Wie geleerd heeft in welke volgorde de handelingen gaan zonder te weten waarom, werkt daarna verder zoals hij het altijd deed. Handhygiëne of volgorde van werken bijvoorbeeld gaat dan met de beste bedoelingen de mist in.

De reden dat dit jarenlang kon doorlopen is dat de fouten onzichtbaar zijn. Wie een raam vergeet, ziet dat meteen. Wie met een doek een pathogene bacterie verplaatst, ziet niets. De schade komt later en op een andere afdeling. Als er een gevarensymbool bestond voor schadelijk op termijn specifiek gericht op de uitvoering van schoonmaakwerkzaamheden, dan zou het in onze branche op meer plekken passen dan ons lief is. Precies daarom staat meten en terugkoppelen in die WHO-strategie, want daarmee maak je zichtbaar wat je met het blote oog mist.

Het aardige is dat een branche waar zoveel ruimte zit ook een branche is waar snel resultaat te halen valt. Wij beginnen niet bij nul. De mensen zijn er, de middelen zijn er, de protocollen liggen klaar. Wat ontbreekt is het stuk kennis waarmee iemand snapt waarom hij iets doet. Dat is nu juist het stuk dat een vakbekwame trainer kan leveren.

Het gesprek dat nog niet klaar is

Een tijdje geleden kreeg ik een aanvraag van een instelling. Scholing voor hun schoonmaakteam, met hun eigen middelen en materialen, hun protocollen, hun programma’s. Dat is precies zoals het hoort, want dan leren mensen het werk dat ze de volgende dag ook echt doen. Ik zat er breed lachend bij, hè hè eindelijk een instelling die het begrijpt.

Bij het volgende overleg schoof een beleidsmedewerker van financiën aan. De keuze viel op een uitgeklede basisopleiding. Personeel met een diploma, netjes geregeld op papier en op de kamers en de OK gaat alles verder zoals het ging.

Ik vertel dat verhaal inmiddels zonder boosheid, want ik snap de druk waar zo’n instelling onder staat. Ik vertel het omdat het precies de rekensom is die het WHO-rapport nu voor ons maakt. De prijs van een goede scholing staat scherp in beeld op één regel van een begroting. De prijs van één uitbraak op één afdeling, met sluiting van bedden, extra ligdagen en uitval van personeel, staat verdeeld over twintig andere regels en valt niemand op. De WHO heeft die tweede som nu voor ons uitgerekend. Dat maakt mijn volgende gesprek met die beleidsmedewerker een stuk korter.

Vier dingen die deze week kunnen

  1. Tel hoeveel van je schoonmakers in de zorg een opleiding hebben gehad waarin het waarom aan bod kwam. Geteld, niet geschat. Dat getal is je nulmeting.
  2. Kijk daarna naar de datum van de laatste bijscholing. Staat daar een jaartal met een 2 en een 3 in het midden, dan weet je waar je begint.
  3. Zet het WHO-kerndoel in je volgende contract of aanbesteding, geformuleerd zodat iemand het kan controleren: scholing bij indiensttreding, jaarlijkse herhaling, aantoonbaar per medewerker. Daarmee koop je iets anders in dan vierkante meters.
  4. En leg die factor vijf op tafel bij je eigen financiële afdeling. Het staat in een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie, met vierendertig landen aan onderbouwing eronder. Dat leest prettiger dan een offerte van mij.

De WHO had drieëntwintig pagina’s en eenenvijftig bronnen nodig om te onderbouwen wat elke vakman op de vloer allang aanvoelt: dit werk doet ertoe en het moet geleerd worden.

Opleiden werkt.