Kennis die niet wacht op het nieuws
Pagina 49 hantavirus schoonmaak. Cursusmap in mijn lestas. Al jaren.
Terwijl veel mensen in Nederland nu googelen op Hantavirus, weet ik precies waar het staat in mijn lesboek. Waarom staat het daar? Omdat het bij het schoonmaakvak hoort. Meer dan 25 jaar opleidingen in de professionele schoonmaak kijk ik nu op terug.
Micro-organismen zijn geen hype in mijn lessen. Ze zijn gewoon onderdeel van mijn werk, het delen van kennis.
Mensen leven met micro-organismen. Altijd al.
Even mijn nuchtere blik op iets wat veel mensen lijken te vergeten zodra ze de krant openslaan: micro-organismen zijn geen vijanden. Ze zijn de basis van al het leven op aarde. In je darmen, op je huid, in de lucht die je inademt, ze zijn overal, altijd, in ontelbare varianten. Zonder hen geen compost, geen yoghurt en geen afbraak van organisch materiaal. Heel simpel; geen leven.
Slechts een klein percentage van alle micro-organismen is pathogeen, dat wil zeggen: ziekteverwekkend. Het overgrote deel doet je niets. Sterker nog, het overgrote deel werkt voor je.
Even voor de context
Van de drie hantavirussen die in Nederland voorkomen (Puumala, Seoul en Tula link naar RIVM), wordt negentig procent van de besmette mensen niet ziek. Eén op de tien krijgt klachten, doorgaans mild en griepachtig. Het meer gevaarlijke Hantavirus waar je nu over leest in de krant, komt buiten Noord- en Zuid-Amerika niet voor. Dat is nuttige informatie en het staat er niet voor niets toch ook in mijn lesboek.
Wat ons op dit moment werkelijk ziek maakt is wat mij betreft de gedrukte inkt van de sensatiezoekende pers. Een virus dat al decennia bestaat, wordt opeens een hype zodra een nieuwsredactie besluit er camera’s op te zetten. Dan staat het hantavirus op pagina één. Is het plotseling gevaarlijker geworden? Nee! het gaat om angst en angst verkoopt nou eenmaal.
Ik word niet warm of koud van hypes. Wel van het gat dat ze blootleggen. En dat gat waar ik me al jaren over verwonder schrijf ik graag over. Stiekem ben ik daarom best wel blij met deze hype 😉
Mijn voeten staan in de schoonmaakklei
Schoonmaakklei… Dit woord wil ik toevoegen aan het Nederlands woordenboek. Dat is een woord dat ik bewust gebruik. Het is die laag die altijd aan mijn schoenen blijft plakken omdat ik elke dag écht in de praktijk sta. Ik werk niet vanachter een bureau met daarop stapels niet uit te voeren rapporten. Ik werk gewoon: (veiligheid)schoenen aan, kleding aan, ogen open en mijn oren gespitst.
Ik ben sinds 1989 actief in de professionele schoonmaak. Dat betekent dat ik de branche niet beschrijf vanuit theorie, maar vanuit wat ik dagelijks zie, hoor en meemaak. En als ik scherp kijk, dan is het beeld van de schoonmaker dat de meeste mensen in hun hoofd hebben, nogal smal.
Iedereen kan toch schoonmaken? Dat is de gedachte die ik vaak hoor. Met dat ene zinnetje wordt een heel vakgebied op de schop gezet. Want schoonmaken ís een vak. Net zoals een chirurg een opleiding nodig heeft, heeft een schoonmaker dat ook. Dat klinkt voor velen misschien vergezocht. Het is het niet.
Ga maar eens kijken in een ziekenhuis. Artsen en verpleegkundigen kunnen hun uiterste best doen om patiënten beter te maken, als de schoonmaker zonder kennis van kruisbesmetting met zijn doekje van de ene kamer naar de andere loopt, kunnen tientallen mensen erger ziek worden. Dat is geen overdrijving. Dat is basale kennis over infectiepreventie.
Schoonmaken is een vak. Net zoals een chirurg een opleiding nodig heeft, heeft een schoonmaker dat ook. En een schoonmaker die dagelijks anderen beschermt, verdient het om zelf ook beschermd te zijn.
Wat er écht op het spel staat buiten de zorg
In de zorgsector is er gelukkig veel aandacht voor veiligheid en protocollen waar schoonmakers zich aan moeten houden. Al is ook daar mijn ervaring dat mensen soms meer voor het diploma worden opgeleid dan voor toepasbare kennis, maar dat is een verhaal apart over vinkcultuur en vakcultuur.
Buiten de zorg wordt het een ander verhaal. Elke dag worden schoonmakers gestuurd naar situaties die vragen om gerichte vakkennis. Hoarderswoningen. Woningen die na een overlijden moeten worden schoongemaakt. Ruimtes waar de lucht al genoeg zegt. En dan ga je er in als schoonmaker. Wat ik vaak zie met weinig meer dan een paar handschoenen, een niet geschikt disposable overall en een mondkapje van de bouwmarkt.
Geen kennis van kruisbesmetting. Geen idee dat het verkeerd uitdoen van beschermende kleding soms gevaarlijker is dan het verkeerd aandoen ervan. Je draagt braaf je handschoenen, maar als je ze verkeerd uittrekt, heb je al die moeite voor niets gehad. Je besmet jezelf alsnog. En dat zonder dat je het door hebt.
Dat er zaken zijn die gevaarlijker zijn zeg ik niet als relativering. Ik zeg dit want dat is de realiteit. Als je werkt in een vervuilde omgeving dan is vakbeheersing essentieel voor de veiligheid van de schoonmaker. Echter het is ook wel als schrikeffect bedoeld omdat kennis het enige is dat het verschil maakt.
De schoonmakers die er elke dag naartoe gaan
Ik maak geen verwijten aan schoonmakers. Dat past me niet en het klopt ook niet. De meeste schoonmakers die ik tegenkom zijn betrokken mensen. Mensen met trots op hun werk, hun ambacht. Mensen die willen dat het goed gedaan wordt. Ze gaan ergens naartoe omdat ze gevraagd worden te gaan en ze doen wat ze weten.
In de praktijk gaat het vaak bijna mis of soms ook echt goed fout. Het probleem is niet de wil. Het probleem is het ontbreken van kennis. Wat ik noem: onbewust onbekwaam. Je weet niet wat je niet weet. En dan is het moeilijk om er iets aan te doen want je hebt geen aanleiding om te twijfelen. Voor mij is dit de ultieme vorm van schijnveiligheid. Schijnveiligheid is de gevaarlijkste vorm van veiligheid. Je bent niet alert in een onveilige omgeving want je denkt of voelt dat je je werk goed doet. Niets maar dan ook niets is minder waar.
Dat is precies waarom het opleiden van schoonmakers niet pas relevant wordt als de camera’s op iets inzoomen. Kennis is wel altijd al relevant geweest. De inhoud van pagina 49 staat er niet voor niets in.
Wat heb je aan mooie MVO-teksten als het zwijgt in de praktijk?
Ik zie het regelmatig: bedrijven die prachtige statements publiceren over duurzaamheid, medewerkerswaardering en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Tekstschrijvers die eraan hebben gewerkt. Veel likes op LinkedIn. En diezelfde medewerkers die de volgende ochtend een hoarderswoning binnenlopen met een paar latex handschoenen en de goeie bedoelingen.
Wat denk jij nu als lezer? Professionalisering begint wat mij betreft niet bij het persbericht waarin je vertelt hoe goed je het doet als schoonmaakbedrijf. Het begint bij de vraag: wat weet mijn medewerker als hij of zij die deur opent? Kan mijn medewerker daar veilig werken en komt hij vanavond weer gezond thuis bij zijn gezin?
Zorgplicht is geen marketingtool. Het is gewoon je verantwoordelijkheid als werkgever. En die verantwoordelijkheid is niet ingewikkeld: zorg dat de mensen die jij naar risicovolle situaties stuurt, weten wat ze doen. Niet vanwege wetgeving of inspectiebezoek. Gewoon omdat het hoort en omdat jij als werkgever je medewerkers hoog acht. Jij hebt het goed want je medewerkers hebben het goed.
Wat je geeft, krijg je terug
Een medewerker die weet dat zijn werkgever hem serieus neemt, die scholing organiseert, die uitleg geeft, die investeert in kennis, die medewerker werkt met een andere motivatie. Die wil er zijn. Die stopt er meer in. En dat merk je. Niet alleen in kwaliteit, ook in trouw, in betrokkenheid, in de bereidheid om moeilijke klussen veilig aan te pakken.
Wat je aan je mensen geeft, krijg je terug. Dat is geen managementwijsheid uit een boekje, dat is gewoon wat ik dagelijks om mij heen zie, het is hoe de meeste mensen werken.
Kennis wordt niet relevant als het nieuws erover bericht
Ik ben blij dat het Hantavirus in het nieuws is. Het creëert mogelijkheden om eens serieus te gaan kijken hoe gaat het binnen ons bedrijf als het gaat over deskundigheid en veilig werken. Is het behalve op papier ook in de praktijk in orde? Het Hantavirus biedt een opening naar een moment waarop de schoonmaakbranche zichzelf een vraag kan stellen die al jaren had kunnen worden gesteld:
Wat doen wij als schoonmaakbranche voor de medewerkers die wij dagelijks naar situaties sturen waar bloed, poep, lijkvocht of ongedierte aanwezig is of is geweest?
Het onderwijs bestaat. De kennis is beschikbaar. Er zijn opleidingen die infectiepreventie, omgang met extreme vervuiling en veilig werken in risicovolle omgevingen behandelen; niet als bijzaak, maar als kernonderdeel. Al jaren. Voor mensen die willen leren. Voor bedrijven die hun medewerkers willen beschermen.
De vraag is niet óf het kan. De vraag is wanneer de branche besluit dat het moet. Vandaag kreeg ik een reactie op een LinkedIn post die ik heel toepasselijk vind:
“Kennis wordt pas macht als de angst voor de consequentie groter is dan de luiheid van de gewoonte.”
Wat we nu kunnen doen
Dit blogartikel is geen oproep tot paniek. Het is een oproep tot groeien in bewustzijn. Wat kunnen we, bedrijven, opdrachtgevers, brancheorganisaties, concreet doen?
Pas als iemand begrijpt waaróm een handeling gevaarlijk is, kan hij of zij bewust iets veranderen. Dat inzicht, dat kleine vonkje, is precies wat ik probeer te ontsteken in mijn opleidingen. Al bijna dertig jaar.
Kennis is niet pas relevant als het nieuws erover bericht. Pagina 49 stond er al die tijd gewoon in. Dat is geen toevalligheid. Dat is mijn vak. Mijn trainersvak, mijn bevlogenheid om kennis te delen.
De schoonmaker die elke dag anderen beschermt, door hygiëne, door veilig werken, door kennis, verdient het om zelf ook beschermd te zijn. Niet met een papieren MVO. Niet met een kwartier halfbakken instructie door een niet terzake deskundige leidinggevende.
De mens die schoonmaken als beroep heeft heeft recht op echte kennis, goed onderwijs en een werkgever die zijn zorgplicht serieus neemt.
Dat onderwijs bestaat. En het wordt al jaren gegeven.
Wie er meer over wil weten ………. ik ben niet moeilijk te vinden.
