Respect voor schoonmakers laat zich zien in dagelijkse keuzes
Op 15 juni hadden we weer de Dag van de Schoonmaker.
Deze dag was voor mij de inspiratie om dit blog te schrijven.
Op de site van ddvds.nl staat:
“Wij zetten op 15 juni onze medewerkers in het zonnetje! Voor alle schoonmakers van Nederland creëren we ieder jaar op 15 juni een feestelijk podium. Zij verdienen dat podium. Zij verdienen het om in het zonnetje te staan. Immers, zij maken het verschil! Doet u mee aan De Dag van de Schoonmaker?”
Ik was die dag aan het scrollen op LinkedIn en werd een beetje dubbel geraakt. Dubbel omdat ik oprecht blij was met de positieve aandacht. En ook dubbel omdat ik een aantal van de bedrijven die zichzelf op de borst klopten ken. En dan weet je soms wat er achter de schermen speelt. Ik merk dan dat de volgende woorden bij me naar boven borrelen: “Practice what you preach”.
Laat ik niet te snel van stapel trekken. Eerst: wat is die Dag van de Schoonmaker eigenlijk en waarom bestaat hij?
Wat is de Dag van de Schoonmaker?
De Dag van de Schoonmaker wordt jaarlijks gevierd op 15 juni. Het is een initiatief vanuit de schoonmaakbranche zelf, gericht op erkenning en waardering voor schoonmaakprofessionals. Veel bedrijven organiseren op deze dag een ontbijt, een klein feestje of een bedankje voor hun schoonmakers. Er worden ook bewustwordingscampagnes en evenementen georganiseerd rondom thema’s als ergonomie, gezondheid en veiligheid op de werkvloer.
Dat is allemaal mooi. Maar echte waardering is geen eenmalig gebaar, het is een houding die je het hele jaar door laat zien. Ik kan me dan ook niet anders afvragen dan: “hoe zit het met de andere 364 dagen?”
Schoonmaken is een vak, dus absoluut geen bijzaak
Sinds 1989 ben ik actief in de professionele schoonmaakbranche. Al die jaren heb ik één ding consequent uitgedragen: schoonmaken is een vak. Geen bijbaantje, geen tijdelijke oplossing, geen laagdrempelig werk voor mensen die niets beters kunnen. Alsjeblieft houd op met die onzin: het is een vak.
Zonder professionele schoonmaak:
- Is veilig voedsel in winkels een utopie
- Kunnen operaties in ziekenhuizen niet veilig worden uitgevoerd
- Zijn de straten al snel vergeven van ratten en ziekteverwekkers
Misschien is dit een eyeopener voor je, het is gewoon de werkelijkheid. Een goed functionerende samenleving is ondenkbaar zonder mensen die dag in dag uit schoonmaken. Schoonmakers verdienen meer dan één dag per jaar aandacht. Schoonmaken is behalve een vak een ambacht dat een belangrijke bijdrage levert aan het draaiende houden van onze maatschappij.
Het belang van schoonmakers voor onze gezondheid
De impact van schoonmaakwerk is breed en direct. Schoonmakers zijn vaak onzichtbaar omdat ze hun werk doen buiten de werkuren van de mensen die in het gebouw werken. Hierdoor wordt de impact van hun werk vaak structureel onderschat.
In de zorg zoals ziekenhuizen zijn schoonmakers verantwoordelijk voor het schoonmaken en waar nodig desinfecteren van diverse oppervlakken binnen verpleegafdelingen en OK’s. Zonder hun werk moet een ziekenhuis binnen een dag haar deuren sluiten. In scholen en kinderdagverblijven dragen ze zorg voor een hygiënisch schone en veilige omgeving. En in kantoren, winkelcentra en openbare ruimtes zorgen ze voor een omgeving waarin mensen zich prettig en veilig voelen.
Onderzoek laat zien dat mensen productiever en gezonder zijn in schone omgevingen. Schone werkplekken verminderen ziekteverzuim, verhogen de productiviteit en helpen bedrijven een professionele uitstraling te behouden. Kortom: schoonmakers dragen niet alleen bij aan de gezondheid van mensen, maar ook aan de economische gezondheid van organisaties.
Schoonmakers voelen zich nog wel eens ondergewaardeerd omdat wat ze doen als vanzelfsprekend wordt gezien. Dat gevoel kan diep zitten, merk ik in gesprekken regelmatig. Mijn antwoord is dan vaak: ‘waardering begint ook bij jezelf. Hoe kijk jij naar je eigen vakmanschap en bijdrage?’ Dat schoonmaakwerk niet altijd opvalt, betekent namelijk niet dat het weinig betekenis heeft. Integendeel. Veel van wat mensen ervaren als prettig, veilig en normaal in een gebouw, bestaat juist dankzij het werk dat schoonmakers dagelijks uitvoeren.
Waardering: een mooi woord, hoe ziet het eruit in de praktijk?
De meerderheid van de professionele schoonmakers werkt bij schoonmaakbedrijven. Vanuit die wereld is ook de Dag van de Schoonmaker ontstaan, een dag waarop veel gesproken wordt over respect en waardering voor het vak.
Gelukkig zijn er veel bedrijven die oprecht betrokken zijn bij hun medewerkers en investeren in goede begeleiding, gezonde werkomstandigheden en vakmanschap. Maar ik zie ook organisaties waar mooie woorden vooral onderdeel lijken van marketing en positionering, terwijl de praktijk op de werkvloer iets anders laat zien.
Er gaat veel goed binnen de branche. Tegelijkertijd zie ik ook structurele verbeterpunten. In dit blog deel ik mijn visie op wat er nodig is om waardering niet alleen zichtbaar te maken in campagnes of MVO-uitingen, maar vooral voelbaar te maken in de dagelijkse praktijk.
Door de jaren heen heb ik tijdens trainingen en adviesopdrachten veel organisaties van binnen gezien. Regelmatig zijn dat situaties waarin spanning is ontstaan rondom kwaliteit, samenwerking of werkdruk. Juist daar ontstaat vaak een eerlijk beeld van wat er werkelijk speelt binnen het vak.
Bepaalde knelpunten hoor en zie ik steeds opnieuw terug, zowel vanuit opdrachtgevers als vanuit schoonmakers zelf:
1. Afspraken nakomen
Leidinggeven is een geweldige verantwoordelijkheid en tegelijk geen gemakkelijke taak. Als leidinggevende moet je van alle markten thuis zijn. Niet alleen vakinhoudelijk, maar ook als coach, mediator, vertrouwenspersoon, klaagmuur en pastor. Ik vergeet waarschijnlijk nog een aantal kwaliteiten.
Ik heb jarenlang als leidinggevende gewerkt en weet uit eigen ervaring dat dit geen eenvoudige functie is. Ik vond mijn werk leuk, en de minder leuke aspecten waren gewoon part of the deal. Ik heb zelf ook steekjes laten vallen. Maar wat voor mij altijd een harde regel was: afspraken die je maakt, kom je na.

Wat ik in de praktijk zie is dat leidinggevenden afspraken maken zonder ze op te schrijven. Onder druk vergeet je dingen dat is menselijk. Maar als je consequent afspraken niet nakomt, ontstaat er wantrouwen. En wantrouwen lost zich niet vanzelf op.
Tijdens het verzorgen van opleidingen voor leidinggevenden hoor ik leidinggevenden klagen over vervelende klanten en lastige schoonmakers. Ik luister altijd, en vraag door. En dan blijkt bijna altijd: die vervelende klant en die lastige schoonmaker bestaan in beginsel niet. Heb je alles gedaan wat er was afgesproken? Ben je duidelijk geweest, of heb je bepaalde zaken op hun beloop gelaten? Als je merkt dat je een afspraak niet kunt nakomen, geef dat dan meteen aan. Communicatie is de sleutel ,niet alleen als er iets mis gaat, maar juist daarvoor.
Als leidinggevende is het van het grootste belang dat je er in basis van houdt om met mensen te werken. Doe je dat niet, dan kun je beter een andere baan zoeken. Anders voer je voortdurend strijd in je werk.
En: als je een keer iets bent vergeten, is het heel sterk om dat gewoon toe te geven. Eerlijkheid is niet altijd comfortabel, maar wordt op de lange termijn wel gewaardeerd.
2. Vakbekwaamheid van leidinggevenden
Een tijd geleden hoorde ik een leidinggevende zeggen: “Ik ben gelukkig niet belast met inhoudelijke kennis. Ik weet hoe ik leiding moet geven, daarvoor ben ik opgeleid.” Op mijn vraag hoe hij omgaat met vakinhoudelijke vragen van schoonmakers of opdrachtgevers, antwoordde hij dat hij zich er meestal wel doorheen bluft.
Ik hoop nog steeds dat dit als grap bedoeld was. Want leidinggeven aan professionals zonder begrip van het vak zelf, is in mijn ogen een serieus probleem binnen de schoonmaakbranche.
Ik gebruik weleens het voorbeeld van een vertegenwoordiger in hondenvoer. Die hoeft het voer niet zelf te eten om goed te zijn in zijn werk. Maar hij moet wel precies weten wat hij verkoopt, welke ingrediënten erin zitten, waarom het product geschikt is en waarin het zich onderscheidt van andere merken. In de schoonmaak werkt dat niet anders.
Ik behoor niet tot de groep die vindt dat leidinggevenden alleen processen hoeven aan te sturen terwijl de vakinhoudelijke kennis bij de uitvoerders ligt. Een leidinggevende in de schoonmaak hoeft misschien niet de beste vloerenspecialist of glasbewasser van het bedrijf te zijn, maar moet wél voldoende vakkennis hebben om medewerkers te begrijpen, situaties te beoordelen en inhoudelijk een gesprek te kunnen voeren met opdrachtgevers. Juist dat ontbreekt naar mijn mening nog te vaak.
Kennis over contracten, uren, cao-regelingen en budgetten is meestal ruim aanwezig. Maar zodra het gesprek gaat over materialen, vervuiling, vloertypen, doseringen of de juiste onderhoudsmethode, blijft het soms opvallend stil. Dat is jammer, want vakinhoudelijk leiderschap maakt een enorm verschil op de werkvloer.
Een leidinggevende met inhoudelijke kennis ziet sneller waar extra training nodig is, herkent fouten eerder en begrijpt beter waarom bepaalde klachten ontstaan. Zonder die basis verschuift de aandacht al snel naar brandjes blussen en klachten afhandelen, terwijl goed leiderschap juist gericht zou moeten zijn op kwaliteit, ontwikkeling en relatiebeheer. Kort samengevat: transformatie van klachtenmanagement naar relatiebeheer.
Gelukkig zie ik ook een positieve ontwikkeling. Steeds meer leidinggevenden nemen deel aan trainingen, niet omdat het verplicht is, maar omdat ze een betere gesprekspartner willen worden voor opdrachtgevers én meer respect willen verdienen van hun medewerkers. Voor die houding heb ik oprecht waardering.
Vanuit de cao bestaat de verplichting dat schoonmaakmedewerkers een basisopleiding volgen. Dat is een goede ontwikkeling. Maar in de praktijk zie ik ook dat veel medewerkers na verloop van tijd terugvallen in oude routines. Middelen en materialen worden opnieuw verkeerd gebruikt, ergonomische afspraken verdwijnen naar de achtergrond en ongewenste gewoonten sluipen langzaam weer binnen.
Een opleiding alleen is daarom niet voldoende. Vakmanschap vraagt om begeleiding, herhaling, controle en aandacht op de werkvloer. Juist daar ligt een belangrijke taak voor vakbekwame leidinggevenden. Leren is geen eenmalige gebeurtenis, maar een continu proces. Het leven is permanente educatie.

3. Juiste middelen en materialen
Eerder dit jaar was ik betrokken bij een verpleeghuis met een eigen schoonmaakdienst. Ik was gevraagd mee te denken over een nieuwe leverancier en over de keuze van middelen en materialen. Dat soort opdrachten vind ik mooi en fijn om te doen, ik maakt daar direct het verschil voor de organisatie en de mensen op de werkvloer.
In mijn advies stond onder andere het gebruik van telescopisch verstelbare stelen en een specifiek type materiaalwagen. Vanuit inkoop kwam direct weerstand: te duur. Er moest gekozen worden voor standaard glasfiber stelen.
Mijn reactie was eenvoudig: een verstelbare steel kost inderdaad meer in aanschaf. Maar een schoonmaker die langdurig uitvalt met schouder- of nekklachten kost uiteindelijk vele malen meer. Niet alleen financieel, maar ook menselijk. Na een nieuw overleg, waarbij ook de facilitair manager aansloot, is uiteindelijk alsnog gekozen voor de ergonomisch beste oplossing voor de medewerkers.
Dit soort situaties zie ik vaker terug. In een groot hotel zag ik medewerkers dagelijks enorme oppervlakken tapijt stofzuigen met standaard stofzuigers. Ik vroeg aan de facilitair manager waarom er niet werd gewerkt met borstelstofzuigers, die juist voor dit soort oppervlakken ontwikkeld zijn. Het antwoord was direct: “Weet je wat die dingen kosten?”

Ja, dat weet ik. Maar ik weet ook wat rugklachten kosten. Wat langdurige overbelasting kost. Wat ziekteverzuim, vervanging en verlies van kwaliteit kosten. Bovendien stofzuigen borstelstofzuigers grote tapijtoppervlakken niet alleen ergonomischer, maar vaak ook sneller en beter.
Tijdens trainingen hoor ik regelmatig verhalen over kapotte stofzuigers die niet gerepareerd worden, te weinig materialen, leveringen die uitblijven of doekjes die op rantsoen gaan. Soms vertellen schoonmakers dat ze hun leidinggevende al maandenlang niet gesproken of gezien hebben en zelf spullen van huis meenemen om hun werk überhaupt goed te kunnen uitvoeren. (Er is op tijd besteld en het gaat niet over dat ze liever met iets anders willen werken.)
Ik besef dat dit niet overal speelt. Er zijn gelukkig veel organisaties waar middelen, materialen en ergonomie wel serieus genomen worden. Maar tegelijkertijd kom ik dit soort situaties nog te vaak tegen. Goed gereedschap is geen luxe. Het is een basisvoorwaarde om gezond, veilig en professioneel te kunnen werken.
4. Werkdruk is structureel te hoog
Misschien is dit wel het meest hardnekkige probleem binnen de schoonmaakbranche. Ik schets een situatie die ik in verschillende vormen te vaak ben tegengekomen. En ik ken die wereld ook van binnenuit, omdat ik zelf jarenlang als salesmanager bij een schoonmaakbedrijf heb gewerkt.
Een offerteaanvraag komt binnen. Drie of vier bedrijven dingen mee. Het einde van het jaar nadert en de omzetdoelstellingen staan onder druk. De calculatie komt uit op 151 uur werk per week. De salesmanager denkt: ik heb deze opdracht nodig om mijn bonus te halen. Hij maakt er 134 uren van.
De opdracht wordt gegund. Bij de opstart merkt de rayonmanager vrijwel direct dat de berekening niet klopt. De vraag aan sales: kloppen de uren? Het antwoord: “Ja, daar is goed naar gekeken.”
De opdracht start. De objectleiding en schoonmakers doen hun best, maar lopen iedere dag achter de feiten aan. Er ontstaat onrust. Klachten nemen toe. De druk loopt op. De rayonmanager bezoekt het object: er moet efficiënter gewerkt worden. Kan het slimmer? Kan het sneller? Ondertussen weet eigenlijk iedereen wat er aan de hand is: er zijn simpelweg te weinig uren verkocht.
Maanden later: ziekteverzuim loopt op, mensen raken overbelast, kwaliteit daalt en de relatie met de opdrachtgever komt onder druk. Relatiebeheer is getransformeerd naar klachtenmanagement. Ondertussen had de afdeling sales in januari een feestelijke bijeenkomst. De omzetdoelstelling was gehaald. De bonussen waren gescoord.
De schoonmakers en hun leidinggevenden voeren hun werk slecht uit, zo luidt de klacht. Terwijl het probleem al aan de voorkant is ontstaan. Werkdruk ontstaat niet alleen op de werkvloer. Werkdruk ontstaat al tijdens de calculatie als deze te scherp wordt ingezet.
Ik wil het nog iets breder trekken. De verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij schoonmaakbedrijven. Ook opdrachtgevers en inkopers spelen een belangrijke rol. In offertetrajecten zie ik regelmatig dat hoge verwachtingen bestaan over kwaliteit, uitstraling, flexibiliteit en beleving, terwijl het beschikbare budget daar feitelijk onvoldoende ruimte voor biedt.
Die verantwoordelijkheid kan niet volledig worden afgeschoven op het schoonmaakbedrijf. Wie maximale dienstverlening verwacht tegen een minimale prijs, creëert vrijwel automatisch druk op de uitvoering. Uiteindelijk komt die druk bijna altijd terecht bij de mensen op de werkvloer. Een gezonde samenwerking begint daarom niet alleen met een eerlijke calculatie vanuit het schoonmaakbedrijf, maar ook met realistische verwachtingen vanuit de opdrachtgever.
Begrijp me goed: ik weet uit eigen ervaring dat commerciële druk bestaat en dat bedrijven concurrerend moeten zijn. Maar wanneer omzet belangrijker wordt dan een realistische uitvoering, betaalt uiteindelijk iemand anders de prijs. Meestal de schoonmaker. Soms ook de opdrachtgever.
Een gezonde calculatie is veel meer dan een commercieel document. Het vormt de basis voor kwaliteit, continuïteit, gezondheid en een duurzame samenwerking. Gelukkig zie ik genoeg bedrijven die dat begrijpen.
De uitdagingen zijn bekend, wat zijn de oplossingen?
De Dag van de Schoonmaker is een mooi initiatief. Maar echte waardering laat zich niet vooral zien in een bericht op LinkedIn of een attentie op één dag per jaar. Echte waardering wordt zichtbaar in de manier waarop mensen dagelijks met elkaar omgaan en in de keuzes die organisaties maken.
Schoonmaakwerk is fysiek belastend werk. Veel schoonmakers werken vroeg in de ochtend of tot laat in de avond, voeren repeterende werkzaamheden uit en (over)belasten dagelijks hun spieren, gewrichten en energie. Juist daarom vraagt goed werkgeverschap in deze branche meer dan alleen vriendelijke woorden.
Wat daarbij echt verschil maakt:
Investeren in goede machines, middelen en materialen
Ergonomische stelen, geschikte stofzuigers, degelijke materiaalwagens en goed onderhouden materialen zijn geen luxe. Ze helpen lichamelijke overbelasting te verminderen en verhogen tegelijkertijd de kwaliteit van het werk.
Zorgen voor vakbekwame leidinggevenden
Een leidinggevende die het vak begrijpt, ziet sneller waar ondersteuning of training nodig is. Bovendien ontstaat er meer vertrouwen wanneer medewerkers merken dat hun leidinggevende begrijpt wat het werk werkelijk vraagt.
Realistische calculaties maken
Een opdracht binnenhalen op een prijs die in de praktijk niet uitvoerbaar blijkt, legt de druk uiteindelijk neer bij de mensen op de werkvloer. Een gezonde calculatie vormt de basis voor kwaliteit, continuïteit en duurzame samenwerking.
Afspraken serieus nemen
Veel frustratie ontstaat niet door onwil, maar doordat afspraken verdwijnen in de drukte van de dag. Opschrijven, terugkoppelen en eerlijk communiceren wanneer iets niet lukt, voorkomt onnodige irritatie en wantrouwen.
Het hele jaar aandacht geven aan mensen
Waardering zit niet in één actiedag, maar in dagelijkse aandacht, goed materiaal, eerlijke communicatie, betrokken leidinggevenden en ruimte voor ontwikkeling.
Ik geloof dat veel organisaties dit ook echt willen. En gelukkig zie ik in mijn dagelijks werk bedrijven die begrijpen dat investeren in schoonmakers geen kostenpost is, maar investeren in kwaliteit, gezondheid, continuïteit en uiteindelijk ook in de relatie met de opdrachtgever.
De rol van technologie in de schoonmaak
De aandacht voor technologie binnen de schoonmaakbranche groeit snel. Robots, slimme software, sensoren, datagestuurd werken en nieuwe reinigingstechnieken krijgen steeds meer ruimte binnen organisaties. In basis vind ik dat een goede en gewenste ontwikkeling. Technologie kan het werk ondersteunen, verlichten en in sommige situaties ook verbeteren.
Schoonmaakrobots kunnen vooral grote vrije vloeroppervlakken onderhouden, software helpt bij planning en kwaliteitscontrole en innovaties in materialen en middelen maken het werk ergonomischer en efficiënter. Dat biedt kansen, zeker in een branche waar de fysieke belasting hoog is en de druk op personeel groot blijft. Vitaal vakmanschap groeit door inzet van de juiste ondersteunende nieuwe technologie.
Ik wil echter wel goed blijven kijken. Ik mis in alle aandacht voor innovatie regelmatig één belangrijk uitgangspunt: de schoonmaker zelf. In discussies over innovatie wordt vooral gesproken over efficiëntie, kostenbesparing en systemen, terwijl er relatief weinig aandacht is voor de vraag wat die technologie betekent voor de schoonmaker op de werkvloer. Dat vind ik een gemiste kans.
De vraag zou wat mij betreft niet moeten zijn: “Hoe kunnen we mensen vervangen?” maar: “Hoe kan technologie de schoonmaker ondersteunen?” Want uiteindelijk blijft schoonmaak mensenwerk.
Een robot ziet geen spanning in een team. Software voelt niet aan dat een bewoner verdrietig is. Een sensor herkent geen onzekerheid bij een nieuwe medewerker. En een dashboard bouwt geen relatie op met een opdrachtgever. Juist daarom vind ik dat technologie in dienst moet staan van de vakman, niet andersom.
Goede technologie neemt zwaar, repetitief of belastend werk weg, ondersteunt bij kwaliteit en helpt mensen gezonder en efficiënter te werken. Dat is winst. Maar de kern van het vak blijft de mens die het werk uitvoert. De schoonmaker is niet het sluitstuk van innovatie — de schoonmaker is juist het vertrekpunt.
Hoe ziet de toekomst van de schoonmaakbranche eruit?
Ik zie absoluut beweging binnen de schoonmaakbranche. Duurzamere middelen, bewuster materiaalgebruik, minder waterverbruik, betere ergonomie en technologische ondersteuning krijgen steeds meer aandacht. Dat is positief. Niet alleen voor het milieu, vooral voor de mensen die het werk dagelijks uitvoeren.
Als je mij vraagt waar de echte vooruitgang vandaan moet komen, dan is mijn antwoord duidelijk: kennis en vakmanschap. Daar ligt volgens mij de sleutel voor de toekomst van de branche.
Nog te vaak wordt gedacht dat schoonmaken iets is wat iedereen vanzelf wel kan. We hebben tenslotte allemaal thuis leren schoonmaken. Maar professioneel schoonmaken is iets totaal anders dan het huishouden waarin je bent opgegroeid. Dat verschil wordt structureel onderschat.
Ik vergelijk het weleens met iemand die zegt: “Ik heb mijn hele jeugd naast mijn ouders in de auto gezeten en op vakanties in het vliegtuig, dus ik kan nu ook wel vrachtwagenchauffeur of piloot worden en daar heb ik geen opleiding voor nodig.” Iedereen begrijpt direct dat dat onzin is. Toch kijken veel mensen nog steeds op die manier naar schoonmaakwerk.
Professioneel schoonmaken vraagt kennis. Kennis van materialen, vervuiling, hygiëne, ergonomie, veiligheid, chemie, werkmethoden, infectiepreventie, doseringen en communicatie. Het vraagt inzicht in waarom je iets doet, niet alleen dat je het doet. Als mensen het waarom begrijpen, verandert er iets.
Juist daarom geloof ik sterk in opleiding, begeleiding en permanente ontwikkeling op de werkvloer. Een schoonmaker die begrijpt waarom een bepaalde methode gebruikt wordt, werkt anders. Bewuster. Veiliger. Professioneler. Hetzelfde geldt voor leidinggevenden. Vakinhoudelijke kennis geeft rust, vertrouwen en betere beslissingen.
Kennis is uiteindelijk de basis van kwaliteit en — nog belangrijker — kennis geeft mensen de mogelijkheid om hun werk goed, gezond en met trots uit te voeren.
De toekomst van de schoonmaakbranche zit daarom wat mij betreft niet alleen in robots, software of duurzaamheidscijfers. Die ontwikkelingen kunnen ondersteunen, maar ze vormen niet de kern. De echte ontwikkeling zit in het erkennen van schoonmaak als professioneel vakgebied. Een vak waarin kennis, vakmanschap en goed werkgeverschap centraal staan. Niet één dag per jaar, maar iedere dag opnieuw.
Tot slot
Ik vind de Dag van de Schoonmaker een waardevol initiatief. Elk moment waarop aandacht ontstaat voor dit vak en voor de mensen die het dagelijks uitvoeren, heeft betekenis.
Echter de kwaliteit van een organisatie laat zich uiteindelijk niet zien op één actiedag per jaar. Die kwaliteit zie ik in de keuzes die iedere dag opnieuw worden gemaakt: in de manier waarop mensen met elkaar omgaan, in de kwaliteit van leidinggeven, in realistische werkdruk, in goed materiaal, in opleiding, in aandacht voor gezondheid, ontwikkeling en vakmanschap.
Ik geloof dat de schoonmaakbranche sterker, gezonder en professioneler kan worden dan zij nu op veel plekken al is. Niet door harder te werken, want in deze branche wordt er al keihard gewerkt. Wel door slimmer, menselijker en vakinhoudelijk sterker te organiseren.
Dit begint wat mij betreft met één simpele vraag: hoe goed zorgen wij eigenlijk voor de mensen die dagelijks zorgen voor onze gebouwen, onze werkomgeving en onze gezondheid?
Wil je iets veranderen in jouw organisatie en wil je de Dag van de Schoonmaker veranderen in de Dag van de tevreden schoonmaker?
Ik kijk graag met je mee →
