Russische roulette in de schoonmaak: over vakkennis, veiligheid en vakmanschap

Vakkennis · Veiligheid · Vakmanschap

Ik schrijf dit stuk omdat ik het zelf moet ordenen. Mijn gedachten schieten alle kanten op en op papier komen ze tot rust. Aan de ene kant weet ik dat ik met mijn vakkennis in de schoonmaak een echte bijdrage kan leveren aan een mooi vak en aan de gezondheid van de mensen die het uitoefenen. Aan de andere kant voel ik een soort machteloosheid, omdat ik die boodschap maar moeilijk overgebracht krijg bij de mensen die erover beslissen. Dat schuurt, en schrijven is mijn manier om er overzicht in te krijgen. Misschien helpt het jou ook om mee te lezen.

Gisteren gaf ik de opleiding Schoonmaken na lijkvinding, suïcide en extreme biohazard vervuiling. Ik geef die opleiding al een aantal jaren, en elke keer staat er aan het eind van de dag weer een groep mensen tegenover me die iets snapt wat ze ’s ochtends nog niet wisten, het is ze gewoon nooit eerder verteld.

Laat ik bij het begin beginnen. We leren allemaal schoonmaken door thuis naar onze ouders of verzorgers te kijken. Je ziet hoe iemand een doekje pakt, een emmer vult, ergens overheen gaat, en je kopieert dat gedrag. Thuis werkt dat prima, al is een blinkend schone badkamer of een streepvrije vloer voor heel veel mensen al een onhaalbaar ideaal. Met diezelfde bagage, een doekje en goede bedoelingen, stappen mensen vervolgens de professionele schoonmaak in. En vanaf dag één begint de aanslag op hun lichaam, omdat niemand ze ooit heeft uitgelegd dat professioneel schoonmaken andere vaardigheden vereist, die ze nog niet geleerd hebben.

De intentie is goed. De vakkennis schoonmaak ontbreekt. En voordat iemand denkt dat dit alleen de de schoonmakers betreft: voor veel van hun leidinggevenden geldt hetzelfde. Die leren hoe je mensen aanstuurt, hoe je een rooster maakt en een gesprek voert, maar vakinhoudelijk krijgen ze nauwelijks iets mee. Je krijgt dan een organisatie waarin de blinde de blinde aanstuurt, allebei met de beste bedoelingen, en allebei zonder te weten wat ze niet weten.

De basis die mensen in dit vak meekrijgen is een door de RAS geëxamineerde opleiding van vijf keer drie uur. Trek daar de pauzes vanaf, de koffie, het kennismaken, het uitdelen van de mappen, en je houdt nog minder over. In die tijd wordt een flinterdunne fundering gelegd. Voor regulier schoonmaakwerk is dat al aan de magere kant. Voor werk in biologisch besmette omgevingen, na een lijkvinding, een suïcide of extreme vervuiling met bloed, ontlasting, lijkvocht of braaksel, is het volstrekt onvoldoende. Toch sturen we mensen die ruimtes in, met vaak ongeschikte PBM’s, een doekje, goede bedoelingen en de kennis van thuis.


Wat ik gisteren zag tijdens een opleiding biohazard schoonmaak

Gisteren zag ik het opnieuw, en ik blijf me erover verwonderen. Bijna niemand in de groep wist hoe je persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) correct uittrekt. Inmiddels zou ik er gewend aan moeten zijn want het is geen uitzondering, het is echter helaas de norm. Je zou kunnen denken: het gevaar zit in het werk zelf, in het moment dat je tegenover die vervuiling staat. Dat klopt maar deels, grotendeels klopt het dus niet.

Schoonmakers die zichzelf besmetten doen dat vrijwel altijd in het moment dat ze hun beschermende kleding uittrekken. Je hebt twee uur lang alles goed gedaan, je bent voorzichtig geweest, en dan trek je aan het eind je beschermende overall en je handschoenen verkeerd uit en veeg je alles waar je tegen beschermd was alsnog over je eigen huid. Die volgorde, dat ritueel van uittrekken, moet erin geslepen zitten als een automatisme. Het gaat over jouw veiligheid en die van de mensen om je heen. Precies dit, bij het werk horende gedeelte, zie ik mensen vrijwel nooit beheersen, want het werk lijkt klaar op het moment dat de handschoenen uit gaan.


Goed nieuws

Er was ook goed nieuws, en dat noem ik bewust eerst, voordat iemand denkt dat ik hier alleen kom klagen. Eén cursist paste uit zichzelf correcte handhygiëne toe. Hij had eerder in een operatiekamer gewerkt en wist daardoor wat het belang ervan is. De kennis zat in zijn handen, niet alleen in zijn hoofd. Twee andere deelnemers, leidinggevenden, trokken hun handschoenen correct uit zonder zichzelf te besmetten. Die twee hadden eerder een opleiding bij mij gevolgd. Jaren geleden in sommige gevallen. En het zat er nog steeds in. Zo werkt vakkennis. Je onthoudt een feitje voor het examen en bent het een week later kwijt, maar wat je lichaam zich eigen heeft gemaakt blijft het doen, ook als je er met je kop allang niet meer bij bent. Ik zeg in mijn opleidingen wel eens tegen een groep: vind je deze opleiding leuk? Mooi, dan moet je op het examen precies doen wat je nu doet, want dan mag je hem nog een keer volgen. Met andere woorden, je zakt. De grap landt altijd, en daarna landt het punt: het verschil tussen leuk bezig zijn en het goed doen is geen detail.

1 op de 6

Russische roulette gaat vijf van de zes keer goed. Het gaat goed door geluk, tot er een dag komt dat er daadwerkelijk een kogel in de kamer zit.

Wat ik verder zag op het gebied van veiligheid lijkt nog het meest op Russische roulette. Het gaat goed, het gaat goed vooral door geluk. Sommige mensen lijken eindeloos geluk te hebben, jaren achtereen, en bevestigen daarmee voor zichzelf dat het allemaal wel meevalt. Maar er komt een dag dat er daadwerkelijk een kogel in de kamer zit. De gevolgen daarvan laten zich raden, en die zijn niet tijdelijk. Dit is geen werk waarbij je een foutje maakt, het de volgende dag rechtzet en doorgaat. Een besmetting met wat er in zo’n ruimte zit draag je mogelijk de rest van je leven mee.


Waarom worden schoonmakers ziek van hun werk?

Nu komt het deel, drie punten die me het meest bezighouden, want het simpele antwoord, “ze moeten gewoon beter opgeleid worden”, verklaart niet waarom het al jaren zo gaat terwijl iedereen het in theorie eens is dat veiligheid belangrijk is. Niemand zegt hardop dat hij het prima vindt als zijn mensen ziek worden. En toch verandert er weinig. Dat patroon zie ik overigens niet alleen in de schoonmaak. Er spelen drie dingen door elkaar.

1. Risicogewenning: waarom gevaar onzichtbaar wordt

Een deel zit in hoe mensen risico’s inschatten. Wij zijn als soort niet gebouwd om gevaar te beoordelen dat onzichtbaar is, traag werkt en pas veel later toeslaat. Een bal die op je af komt, daar duik je voor weg zonder na te denken. Maar een ziekteverwekker die je vandaag oploopt en je over weken of maanden ziek maakt, daar reageert datzelfde lichaam niet op. Er is geen alarm dat afgaat. En omdat het de eerste keer goed ging, en de tweede, en de honderdste, leert je brein precies de verkeerde les: dit is veilig. Ik heb geleerd dat dit in de psychologie risicogewenning heet. Het heeft niets met intelligentie te maken wel met hoe het menselijk systeem werkt.

Je brein leert precies de verkeerde les: dit is veilig.

Dat heet risicogewenning.
Zo werkt het menselijk systeem nu eenmaal.

Risicogewenning · Psychologie van gewoonte

Een vrachtwagenchauffeur die nooit een ongeluk heeft gehad, gaat zich na verloop van tijd net iets comfortabeler voelen bij een snelheid die het eigenlijk niet is. Een chirurg die duizend keer dezelfde handeling goed heeft gedaan moet juist daarom protocollen volgen, omdat de routine het gevaar onzichtbaar maakt. De schoonmaker met de verkeerd uitgetrokken overall en handschoenen zit in exact dezelfde val. Het ging altijd goed, dus het is veilig. Tot het dat niet is.

2. Verantwoordelijkheid: gedragen of doorgeschoven?

Een tweede deel zit in verantwoordelijkheid, en dan vooral in de vraag bij wie die verantwoordelijkheid hoort te liggen.
Het is voor een organisatie verleidelijk om veiligheid te zien als iets van het individu. We hebben de instructie gegeven, we hebben de middelen verstrekt, de rest is aan hen.

Op papier klopt dat, en juridisch kom je er vaak nog mee weg ook. Maar wie een mens een ruimte instuurt waarvoor vijf keer drie uur basisopleiding aantoonbaar tekortschiet en zich vervolgens achter een handtekening op een instructieformulier verschuilt, heeft de verantwoordelijkheid niet gedragen maar doorgeschoven.

Goed werkgeverschap is mijns inziens niet het afvinken van een lijst zodat je gedekt bent als het misgaat. Goed werkgeverschap is ervoor zorgen dat het niet misgaat, ook als dat meer kost dan het minimum, en ook als niemand het controleert. Het verschil tussen die twee houdingen merk je pas op de dag dat er werkelijk iets gebeurt, en dan is het te laat om alsnog de goede keuze te hebben gemaakt.

3. Onbewust onbekwaam: je weet niet wat je niet weet

En er is een derde laag, die misschien wel het ongemakkelijkst is. Mensen die niet weten wat ze niet weten, kunnen hun eigen risico niet inschatten. De cursist die niet weet dat het uittrekken van beschermende kleding het gevaarlijke moment is in het reinigingsproces, voelt zich tijdens dat uittrekken volkomen veilig. Sterker nog, hij voelt zich veiliger dan tijdens het uitvoeren van het werk, want het werk zit erop.

Onbewust onbekwaam is geen muur, dat is een deur die nog dicht zit.
Jaap Niezen

Onwetendheid voelt van binnen precies hetzelfde als kennis. Dat is het venijnige eraan. Je kunt niet op je onderbuik vertrouwen om te bepalen of je genoeg weet, want je onderbuik is gevuld met wat je toevallig wel hebt meegekregen en zwijgt over de rest. Daarom is opleiding geen formaliteit en geen kostenpost die je zo dun mogelijk wilt houden. Het is het enige dat het gat dicht tussen wat iemand denkt te kunnen en wat hij werkelijk kan.


De beslisser weet het zelf vaak ook niet

En hier kom ik bij de vraag waar ik, als ik me nu eerlijk uit, vaker mee worstel. Als ik die boodschap over het belang van opleidingen niet overgebracht krijg bij de mensen die erover gaan, hoe komt dat dan? Zijn de beslissers berekenend bezig en accepteren ze welbewust dat hun mensen gevaar lopen? Of weten ze het simpelweg zelf ook niet? Ik heb die vraag lang voor me uit geschoven, omdat het antwoord ongemakkelijk kan worden. Maar als ik er nuchter naar kijk, kom ik toch telkens op hetzelfde uit. De meeste beslissers zijn denk ik niet kwaadwillend. Ze lijden aan precies hetzelfde als hun mensen op de werkvloer: ze zijn onbewust onbekwaam. Ze weten niet wat ze niet weten. Een directeur die zelf nooit heeft geleerd waarom dat uittrekmoment van beschermende kleding het gevaarlijke moment is, kan onmogelijk inschatten dat zijn vijf-keer-drie-uur basis opleiden tekortschiet. Vanuit zijn stoel ziet het eruit alsof het geregeld is. Er is een opleiding, er zijn middelen, er is een handtekening. Het gat is voor hem net zo onzichtbaar als voor de schoonmaker.

Niemand verandert iets aan een probleem dat hij niet ziet.
Jaap Niezen

Dat besef haalt voor mij de angel uit het gevoel van machteloosheid dat ik soms ervaar. Want als het kwaadwilligheid was, dan stond ik tegenover een muur en kon ik inpakken. Maar onbewust onbekwaam is geen muur, dat is een deur die nog dicht zit. Mijn werk is niet om iemand te beschuldigen, mijn werk is om iemand van onbewust onbekwaam naar bewust bekwaam te brengen. En dat is precies het punt waarop er iets kan gaan bewegen, want niemand verandert iets aan een probleem dat hij niet ziet. Zodra hij het wel ziet, ontstaat er een keuze die er eerst niet was. Dat is geen aanklacht of iemand beschuldigen dat is een eerlijk aanbod.


Ook schoonmaak in de zorg en de food

Ik gebruik de schoonmaakopleiding die ik gisteren gaf als voorbeeld omdat ik er sta, omdat ik gisteren weer in die ruimte stond, midden in de schoonmaakklei, en het met eigen ogen zag. Echter, het mechanisme is overal, en op twee plekken raakt het me in het bijzonder, omdat ik er zelf werk en zie wat er gebeurt.

Neem de gezondheidszorg. Iedereen vindt het allemaal vanzelfsprekend dat een ziekenhuis schoon is, dat een patiënt die binnenkomt met een gebroken heup er niet uit gaat met een infectie die hij bij binnenkomst niet had.

De schoonmaker speelt daarin een hoofdrol, geen bijrol. Infectiepreventie in de zorg staat of valt bij hoe er wordt schoongemaakt, in welke volgorde, met welk doekje op welke plek, en met de wetenschap dat je met één verkeerde schoonmaakhandeling een ziekenhuisbacterie van de ene kamer naar de andere verplaatst. En juist die schoonmakers, met die enorme verantwoordelijkheid, worden vaak marginaal opgeleid. We leggen de hygiëne van een kwetsbare patiënt in handen van iemand die we te weinig hebben meegegeven om die taak te kunnen dragen. We onderschatten stelselmatig de zwaarte van hun rol.

Of neem de food, waar ik ook actief ben. Ik zie daar dingen gebeuren die schuren aan de voedselveiligheid, en bijna nooit uit onwil. Het komt doordat de schoonmaker onvoldoende weet van het wat en het hoe, en vooral doordat het waarom ontbreekt. Iemand maakt een transportband schoon, waarover open blikken babyvoeding lopen, op de manier waarop het hem ooit is voorgedaan, zonder te beseffen dat hij met die ene handeling een kruisbesmetting in de hand werkt die straks
in de fles van de baby belandt. Je kunt zeggen dat hij het verkeerd doet uit slordigheid. IK ben ervan overtuigd dat hij het schoonmaken verkeerd doet omdat hem nooit is uitgelegd waarom het anders moet.

Het waarom is de basis van gedragsverandering. Pas wanneer iemand het waarom snapt, verandert er werkelijk iets.
Jaap Niezen

En daar zit voor mij de kern van alles. Het waarom is de basis van gedragsverandering. Je kunt iemand honderd keer vertellen wat hij moet doen en hoe hij het moet doen, maar zolang hij het waarom niet begrijpt, blijft het een trucje dat hij laat vallen zodra niemand kijkt. Pas wanneer iemand het waarom snapt, en daarbij ook de bereidheid voelt om te willen veranderen, verandert er werkelijk iets. Die twee samen, begrip en bereidheid, zijn het hele spel. Al het andere is een afvinklijst.


Geen molens, wel een fundament

Ik krijg wel eens te horen: waar maak je je toch druk om, jij verandert dit toch niet. Of, met een knipoog die niet altijd vriendelijk is bedoeld: je lijkt Don Quichot wel, je vecht tegen windmolens. Ik snap waarom mensen dat zeggen. Het is een groot, taai probleem en ik ben in mijn eentje niet de hele branche.

Echter, ik herken me niet in dat beeld en wel om een precieze reden. Don Quichot vocht tegen iets, tegen verzonnen reuzen, en hij kwam van de ene teleurstelling in de andere. Ik vecht niet tegen. Ik strijd vóór. Vóór een vak dat veilig en gezond kan worden uitgeoefend, vóór mensen die aan het eind van hun loopbaan nog net zo gezond zijn als aan het begin, vóór een beroep dat zichzelf serieus neemt. Dat is geen gevecht tegen windmolens, dat is bouwen aan een fundament. En aan een fundament werk ik niet omdat het in een dag af is, maar omdat elke steen die ik leg blijft liggen.


Mijn verlangen

Dat we dit vak optillen, van werk dat je nu eenmaal moet doen naar een ambacht waar je trots op bent. Een ambacht wordt op hoog niveau uitgeoefend door mensen die snappen waarom ze doen wat ze doen en die het daarom ook goed blijven doen als de baas even niet kijkt.

Ik wil niet opgeven en ik wil ook niet eindeloos boos blijven. Dat station ben ik voorbij. Ik wil iets opbouwen. Die transformatie, van bijbaantje naar ambacht, is geen luxe. Het is de enige weg waarlangs de veiligheid en de gezondheid vanzelf meekomen, want een ambachtsman beschermt zichzelf en zijn omgeving uit vakmanschap, niet uit angst voor een boete.


De vraag die ik je wil meegeven

Ik sluit af met een vraag om bij stil te staan.

Ben jij werkgever en stuur je mensen aan die dit soort werk doen? Of ben je ondernemer en doe je het zelf? Weet je dan ook werkelijk wat je mensen wel en niet kunnen, of vertrouw je op een instructie die ooit gegeven is en een formulier dat ondertekend is? En, misschien de belangrijkste: weten jouw mensen waarom ze doen wat ze doen, of doen ze het na omdat het zo hoort? Het verschil tussen die twee is onzichtbaar, precies zoals het gevaar onzichtbaar is, tot de dag dat het dat niet meer is.

Goede kennis blijft net zo hardnekkig hangen als slechte gewoontes. Je hoeft het gat maar één keer goed te dichten.
Jaap Niezen

Jouw gezondheid is goud waard. Die van je mensen ook. En het mooie is dat het patroon dat ik hierboven beschreef ook de andere kant op werkt. Die twee cursisten die jaren later hun handschoenen nog correct uittrokken, bewijzen dat goede kennis net zo hardnekkig blijft hangen als slechte gewoontes. Je hoeft het gat alleen maar één keer goed te dichten, met begrip en met het waarom erbij. Daarna doet het lichaamsgeheugen de rest, en blijft het de rest doen. Dat is geen wanhoop. Dat is hoop, en het is bovendien gewoon haalbaar. Het begint met de bereidheid om te zien wat je nu nog niet ziet.

Dit blog is mijn manier om de gedachten te ordenen die me bezighouden. Misschien houden ze jou ook bezig. Herken je hier iets in, denk je na over de mensen die voor jou dit werk doen, of zit je met een vraag waar je nog niet uit komt? Dan kom ik graag met je in gesprek om te kijken wat we voor elkaar kunnen betekenen.

Ik kom graag met je in gesprek →